De intekenlijst bestaat uit 3 losse vellen. Bovenaan in de kop is er voorgedrukte tekst met de naam van de intekenaar, de titel en de auteur van het boek met vermelding van de prijs. In 1915 zal men de tekst naar de drukker hebben gebracht, het oogt professioneel maar het kostte ook geld. De lijst bestaat uit 3 kolommen: aantal exempl., naam (duidelijk svp) [men had ervaring!] en adres. De kolom aantal exempl. was overbodig want deze is of niet ingevuld of de intekenaar vond 1 exemplaar voldoende. Bij de naam van de intekenaar is op 4 plaatsen op de lijst een stempel gezet. Duidt dit erop dat de lijsten rouleerden langs particulieren en instellingen want het is toch nauwelijks denkbaar dat kopers een stempel meenamen als ze naar de boekhandel gingen? Of bracht de uitgever of een verkoper een bezoek aan de potentiële kopers. Dat laatste zou er voor pleiten dat de tocht dan een logische route zou moeten zijn. Niets is echter minder waar, de route gaat van het centrum in Den Haag, naar Scheveningseweg, terug naar het Lange Voorhout, Loosduinen, Den Haag, Leiden, Den Haag, Breukelen, Amsterdam op diverse adressen, Haarlem, Rotterdam en uiteindelijk weer terug naar Den Haag. De lijsten zijn beschreven met een vul- of kroontjespen of met potlood. De handtekeningen zijn over het algemeen krachtig en groot.Een aantal namen intrigeert zoals H.M. Koningin-Moeder en de schilder W. Maris. Je vraagt je af of je kijkt naar het handschrift van de Koningin-Moeder of naar dat van een dienaar aan het hof. Bij veel intekenaren staat een instelling of bedrijf genoemd. De professionele interesse kwam van bibliothecarissen, secretarissen en penningmeesters van musea maar ook van galeries en kunsthandels. Zo op het oog is het een willekeurige verzameling van namen van instellingen en personen. Vroeger was het een lastige klus om bij deze summiere informatie achtergrondgegevens te vinden. Met de opkomst van internet is dit veranderd, zo kun je grasduinen in oude krantenarchieven, zoeken in de databanken van gemeentearchieven en kun je ook nog eens zoeken op straten en huisnummers in Google map. Namen die weinig zeggen krijgen bij het zoeken wat meer body en soms kunnen ze uitgroeien tot een klein verhaal.
Het zijn 3 losse vellen. Hoewel er weinig reden voor is, neem ik aan dat men de intekening startte in Den Haag omdat dit vel eindigt het Rijksprentenkabinet te Amsterdam en het vel met Amsterdamse adressen eindigt met 2 inschrijvingen uit Haarlem.
De eerste naam op de lijst is Frederik Jan Louis Krämer (1850-1928) Hij was hoogleraar en nam om gezondheidsredenen ontslag en accepteerde in 1903 de baan van directeur van het Koninklijk Huisarchief. Hij gaf les aan prinses Wilhelmina, prinses Juliana en prins Hendrik.Abraham Bredius was onder meer directeur van het Rijksmuseum en het Mauritshuis. Hij raakte in opspraak toen hij het schilderij De Emmaüsgangers aan Johannes Vermeer toeschreef. Hij woonde aan de Prinsengracht 6 ( zie afb. links ) waar na zijn dood het museum Bredius werd gehuisvest. In het museum was de tijdens zijn leven opgebouwde collectie 17e eeuwse kunst te zien. In 1985 moest het museum om financiële redenen sluiten, maakte in 1990 een doorstart en het museum verhuisde naar de Lange Vijverberg 14 waar eerder de hieronder genoemde heer Cremers woonde.
R.A.W.J.J. Cremers (1876-1928) in de Almanak Gotha wordt hij gen
oemd als Nederlands diplomaat maar hij was vooral kunstverzamelaar van moderne kunst en woonde in het fraaie pand aan de Vijverberg 14 (zie afb. rechts) . Hij bezat een belangrijke collectie Marissen. In 1915 was een deel van zijn verzameling dat onder meer bestond uit werk van de Haagse school in het Haags Gemeentemuseum te zien. Vijf jaar later kwam de catalogus “Tableaux et aquarelles modernes collection Mr. R.A.W.J.J. Cremers la Haye” die door Frederik Muller is uitgegeven. Volgens de bevolkingskaart was hij Doopsgezind en was hij voor een tweede maal gehuwd.Arie Cornelis Volker (1861-1924) was zoon van Adriaan Volker die samen met zijn broer eigenaar was van het Sliedrechtse aannemersbedrijf A. en D. Volker. Arie was een rasechte ondernemer met visie, hij breidde het familiebedrijf succesvol uit met baggerwerkzaamheden en was samen met zijn neef één van de oprichters van N.V. Electro-Apparaten Fabriek Systeem Coq. Van Arie Volker, zijn zwager was de Haagse kunstverzamelaar Hilde Nijland, is bekend dat hij kunst bezat. In 1910 sukkelde hij met zijn gezondheid, trok hij zich terug uit de zaak en ging
hij wonen in Den Haag aan de Oude Scheveningseweg 106 (afb.links). Zijn weduwe verhuisde later naar een mooi pand aan de van Stolkweg 7a waar ook de heer P. Versteeven op nummer 34 woonde.
De heer P. Versteeven (1855-1928) was een telg van de blauwsel en verffabriek Van Duura&Versteeven en commissaris bij van Hillen’s sigarenfabriek . Hij woonde in een fraaie villa (zie afb. rechts) aan de van Stolkweg 34 en had een verzameling moderne schilderkunst onder meer van de gebroeders Maris.
H..G. Wolters penningmeester van de befaamde Pulchri Studio een Haags schildergenootschap die sinds 1901 aan het Lange Voorhout 15 haar domicilie heeft.
W. Maris (1872-1929) Loosduinen . Het is niet de beroemde schilder Willem Maris die overleed in 1910 maar zijn neef Willem Matthijs (Jbzn), zoon en leerling van Jacob Maris. Hij schilderde, aquarelleerde, tekende en etste landschappen, figuren en veel portretten.
D. de Wild uit Den Haag is waarschijnlijk Derix de Wild (1869-1923)
telg uit beroemd geslacht van restaurateurs die het atelier aan de Laan van Meerdervoort 406 van zijn broer Carel voortzette. Derix is de vader van de bekende Martin de Wild eveneens restaurateur. Het was niet ongebruikelijk dat restaurateurs een inponsing in het hout van een spieraam zette (zie afbeelding rechts).
De directeur van het R Prentenkabinet te Leiden (onleesbaar). Het is niet gelukt om de directeursnaam te achterhalen. Het Rijks Kabinet van Prenten was gelegen aan het Rapenburg 17 (zie afb. links) te Leiden.H.M. Koningin-moeder Den Haag geschreven door haarzelf of een dienaar. Opvallend is dat de schrijver eerst konigin heeft willen schrijven maar zich op tijd herstelde en van ingezet staart van de letter g kon omzetten in een n zodat er koningin kwam te staan. Het paleis aan het Lange Voorhout was haar winterpaleis.
Jonkheer J. Loudon (1866-1955) te Den Haag was diplomaat en minister van Buitenlandse Zaken ten tijde van de ondertekening. Het lijkt of het handschrift bij zijn naam ondertekening van dezelfde hand als die van H.M. Koningin-Moeder.
Het Departement van Binnenlandse Zaken; in die tijd was Pieter Cort van der Linden minister van Binnenlandse Zaken. Ondertekening lijkt meer een paraaf.
Peter Frederik Thomsen (1856-1916) was de zoon van de Deense zeeman/stuwadoor/houthandelaar die in 1873 het havenbedrijf Thomson & Co oprichtte. In 1891 zette Peter na het overlijden van zijn vader het bedrijf voort. Hij was kunstverzamelaar van onder meer Israels, Weissenbruch . In 1916 werd hij voor zijn woning aan de Nieuwe Parklaan 77 (Het Rotterdams Nieuwsblad spreekt over de Badhuisweg) in Scheveningen door
een auto geschept en overleed hij op zestig-jarige leeftijd aan zijn verwondingen. In 1932 werd zijn collectie kunst en meubilair geveild.Michiel Onnes van Nijenrode (1878-1972) werd schatrijk met de koffiehandel ten tijde van WO I. Hij kocht in 1907 de ruïne van het middeleeuwse kasteel Nijenrode en liet het restaureren voor 1.250.000 gulden restaureren en in de staat brengen waarin het vandaag de dag nog steeds verkeert. In korte tijd bracht hij een verzameling kunstschatten van topkwaliteit bij elkaar maar hij kreeg financiële problemen. In 1930 verkocht hij het kasteel aan de Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker onder de voorwaarde dat hij er mocht blijven wonen. In 1932 zet Onnes een diefstal van zijn eigen schilderijen in scene om verzekeringsgeld te kunnen incasseren. Hij zat een jaar in voorarrest en wordt na een geruchtmakende zaak waarbij commissarissen van de Amsterdamse politie op non-actief worden gezet maar er zijn twijfels getuignissen en uiteindelijk wordt hij veroordeeld tot de tijd dat hij in voorarrest zat.
Rijksprentenkabinet Amsterdam is ondergebracht in het Rijksmuseum, ontworpen gevestigd.
Kunsthandel C.M. van Gogh aan het Rokin 115 Amsterdam was gerenommeerd
en stond bekend om de vele tentoonstellingen van kunstenaars met naam. Oprichter was de oom van van Vincent van Gogh, Cornelius Marinus. Door zijn neefje werd hij vaak als CM aangeduid. De kunsthandel had een pand aan de Kneuterdijk 16 in Den Haag en één aan de Keizersgracht 453. In 1912 betrok men een pand met zalen aan het Rokin 115. Het was voor korte duur want eind jaren twintig werd het gebouw grotendeels gesloopt en vervangen door nieuwbouw van de Algemeene Friesche Levensverzekerings Maatschappij. Op de foto ontleend aan de Beeldbank te Amsterdam is het gebouw van de verzekeringsmaatschappij, links naast Van Ditmar's Boeken Import te zien.C
.J. van Wisselingh en co, kunsthandelaar had zijn bedrijf aan het Rokin 78/80. De foto (links)dateert van 17 december 1982 en in de weerspiegeling van de ruiten is een stukje straatbeeld uit die jaren te zien. Maar bij goed inzoomen zie je in de linkerruit van de etalage het beroemde schilderij 'Het gele huis" van Carel Willink. Het onderwerp heeft Willink ontleend aan een huis in de Vossiusstraat (nu hotel Piet Hein) en het ziet er nog nagenoeg uit als in die tijd. Op het schilderij is een donkere, dreigende zwarte lucht te zien en je verwacht een klap onweer te horen, op de voorgrond
liggen wat verwaaide papieren. Het gele huis rijst strak omhoog en in de ruiten weerspiegelen zich de donkere, naakte takken van een boom. Dit schilderij uit 1934 werd voor de oorlog door Bordewijk beschreven en hij projecteerde sluimerende gevoelens van liefde in het huis en zijn bewoonster. Het verhaal verscheen op 9 december 1939 in de Groene Amsterdammer en is fulltext te lezen in het historisch archief. De schrijver H.J.
Smeding zag deze romatiek niet en schreef een eigen verhaaal. Het was aanleiding om een achttal schrijvers van naam te vragen het gele huis te beschrijven. Het boek beleefde in 1978 een herdruk.M.P. Voûte (1856-1928) koopman was steenrijk. Hij bezat een grachtenpand aan de Herengracht 475 (rechts beneden)dat wel het huis aan de bocht werd genoemd een stadspaleisje dat gezien wordt als een van de mooiste huizen in Masterdam
. In Schaarsbergen bezat Voûte de buitenplaats Groot Warnsborn. Hij was een belangrijk kunstverzamenlaar en meacenas die schilderijen schonk of in bruikleen gaf aan musea. Als bestuurslid was hij onder meer verbonden aan de Rembrandtvereniging en het Rijksmuseum.Johan Caspar Sommer (1859-1937, Roelof Hartstraat 138 te Amsterdam, was officier en getrouwd met Maria Kuller. Albert Neuhuys heeft beiden geportretteerd. Als commandant leidde hij de militaire wielrijders. In 1894 publiceerde hij een 'Handleiding voor den militairen wielrijder'.

Julius Röntgen (1855-1932) pianist, dirigent en componist groeide op in zijn geboortestad Leipzig en trad als muzikaal wonderkind op in de grote Duitse steden. Hij werd voorgesteld aan Franz Liszt voor wie hij één composities ten gehore bracht. Hij was bevriend met Edvard Grieg. Hij was een belangrijk man in het Amsterdamse muziekleven en was betrokken bij de oprichting van het conservatorium en het Concertgebouw. Na zijn pensioen ging hij wonen in de villa Gaudeamus , een ontwerp van zoon Frans in de stijl van de Amsterdamse school maar gemengd met Noorse invloed. Na WO II had in het huis de Stichting Gaudeamus zijn onderkomen en was het een ontmoetingscentrum voor tal van jonge buitelandse en Nederlandse componisten waarvan velen later beroemd zijn gevonden.
A. Hesselink (1862-1930), was een Gronings beeldhouwer die na in Florence en Haarlem te hebben gewoond aan architect J.H.W. Leliman opdrachte gaf een hoekvilla met beeldhouwersatelier aan de Teniersstraat 8 te ontwerpen. In het stadsarchief Amsterdam heb je via de indexen toegang tot de woningkaarten. Zoekend op Teniersstraat 8 krijg je 4 treffers waarvan op 2 kaarten de namen van de families staan die daar gewoond hebben. Eén kaart dateert van voor WO II. De eerste bewoner is H. Abraham. Deze naam is een omzetting van Abraham Hesselink. Curieus zou de ambtenaar van de burgerlijke stand Hesselink verkeerd hebben begrepen toen hij zijn naam opgaf. Deze ka
art is interessant omdat het huis veel bekende bewoners heeft gekend. Zo woonde er na Hesselink de bekende kunsthandelaar Jacques Goudstikker die leerling van bij professor Martin. Na Goudstikker woonde professor Walther Illnerer, daarna de familie van der Does de Willebois en de halfbroer van de graficus M.C. Escher de componist Rudolf G. Escher.
Anton Averkamp (1861-1934) was componist, docent, directeur en woonde aan de Vondelstraat 19 (zie bouwtekening links; 2 woonhuizen 17-19). Hij was mede oprichter van de stichting BUMA die na de auteurswet van 1912 in 1913 werd ingesteld. In het bestuur had hij de functie van secretaris. Hij was korte tijd dirigent, muziekrecensent bij het weekblad 'De Amsterdammer' en auteur van diverse muziekboeken.

Margot van Wulfen (1877-1948) was dochter van de bekende Larense hoofdonderwijzer Jan van Wulfen die na zijn dood vereerd werd met een stenen bank aan de Brink. Margot heeft in 1910 opdracht gegeven tot de bouw van het 'witte'huis op de Brink dat er nog steeds staat (zie foto rechts). Albert Neuhuys heeft van Margot een portret geschilderd. Ze was bevriend met de bloemenschilderes Lucie Wittig-Keijser.

Eduard Brom ( 1862-1935) directeur van een verzekeringskantoor en Rooms K
atholiek dichter. Hij was onder de invloed van de beweging van de Tachtig. Hij woonde aan de Vondelstraat 83 en was voorzitter van de katholieke kunstkring 'De Violier'. Een bloemlezing uit zijn werken werd bezorgd door Anton van Duinkerken. Brom was geliefd om zijn aimabiliteit en waarachtigheid. Er ging geen gelegenheid voorbij of hij werd in het zonnetje gezet met een gedicht of een artikel in de krant. De foto links is gepubliceerd ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag.
Baruch Lopes de Leao de Laguna (1864-1943) bekend portretschilder die aanvankelijk in Amsterdam woonde maar vanwege de gezondheid van zijn vrouw naar het Gooi trok en daar op diverse plaatsen woonde onder meer aan de Nieuwe Spiegelstraat 6 Bussum. Hij schilderde portretten van Colijn, Philips en Domela Nieuwenhuijs en kreeg van de koningin een gouden medaille uitgereikt.. In de oorlog werd hij opgepakt en getransporteerd naar het kamp Auschwitz waar hij in november 1943 werd vermoord, zijn vrouw Rose trof hetzelfde lot in februari 1944. Eén thuiswonend kind heeft de oorlog overleefd. In het krantenarchief van de Laarder Courant Bel is een interview met hem te lezen.
Mr. G. Vissering (1865-1937) was president van de Nederlandse Bank en lid en ondervoorzitter van de Zuiderzeeraad. Hij stamde uit een Oostfries doopsgezind geslacht en was zoon van de minister van Finaciën Simon Vissering. Hij woonde aan de Keizersgracht 71 (foto links) waar onder meer Cornelis Trip en de Duitse archeoloog Heinrich Schlieman de ontdekker van Troje hebben gewoond.J. Krol (1848/49-1916) hoofd-administrateur bij de Deli-maatschappij. Hij woonde in een vrijstaande villa gebouwd in 1885 in neo-renaissance
stijl. De villa, gelegen aan de zuidoostzijde van het Florapark 8, is gebouwd in opdracht van Jan Krol Kzn. Het pand is thans (1993) in gebruik als kantoorruimte. In 1914 schonk hij 113 schilderijen, tekeningen en aquarellen aan de gemeente voor de oprichting van een standbeeld van Frans Hals. Hij had een charitatieve instelling want ouders die het aan geld ontbrak om hun kind verder te laten studeren werden naar hem doorverwezen.Alfred Rudolph Zimmerman (1869-1939) was burgemeester van Dordrecht en Rotterdam en
getrouwd met Henriëtte Maris. Hij geldt als een krachtdadig en autoritair bestuurder, men vegeleek hem wel met een 17e eeuwse regent. Hoewel hij niet partij politiek was, had hij een sterke affiniteit met de ideëen van de Oud-liberalen. Hij beschouwde de elite als de drijvende kracht in de maatschappij en had weinig waardering voor socialisten. Toen in 1919 socialisten in de gemeenteraad zitting namen was het tijd om voor hem te vertrekken. Hij woonde aan de Esschenlaan 46, een straat met villa's maar ook gewone woonhuizen liggend aan de rand van een park.Jan Hudig (1838-1924) cargodoor,
reder en bestuurder. Op betrekkelijk jonge leeftijd verloor hij zijn vader en had hij op 20 jarige leeftijd de zorg voor een aantal bedrijven. Door zijn verstandig inzicht en innemend karakter won hij snel vertrouwen en werd hij al snel gevraagd voor allerlei politieke en maatschappelijke functies. Hij zat jaren in de gemeenteraad en was geknipt voor het ambt als burgemeester maar toen de minster hem vroeg, aanvaardde hij deze benoeming niet maar accepteerde wel toen men hem vroeg als wethouder. Hij woonde aan de Leuvehaven 40 in een huis met een hardstenen gevel dat waarschijnlijk gebouwd is door Jan Giudici, een Italiaanse architect van grote naam die zich vestigde in Rotterdam. Tijdens het bombardement in mei 1940 werden er vele woningen vernield en later gesloopt.
Es G.L.M. van Es (1865-1949) tabakshandelaar, voorzitter van de Rotterdamse vereniging Toonkunst, consul voor een aantal landen en kunstverzamelaar. Hij was rijk en ondernemend, kocht woeste gronden op in Drenthe zoals het 650 ha grote Mandeveld om deze te ontginnen. In juni 1923 houdt de firma Frederik Muller & Co een veiling van moderne schilderijen en aquarellen uit de collectie G. L. M. van Es en uit ander particulier bezit; werken van Bauer, Breitner, De Bock, Dupont, Van ' Gogh, Hart, Nibbrig, Is. Israëls. J. en W. Maris, Mauve, De Moor, Poggenbeek, Rink, Toorop, Verster, Weissenbruch, Wiggers, Witsen, De Zwart, Alma Adema, Neuhuys, B. C. Koekkoek en nog vele anderen. Hij woonde aan het Westplein 11 te Rotterdam, nu een rijksmonument gebouwd in rijke neo-Renaissance stijl en ontworpen door architect T.L. Kanters.Mr. A.L.C. Kleyn (1850?-1921?), advocaat/notaris in N
ederlands-Indië, woont vanaf eind 19e eeuw in Den Haag. Hij is getrouwd met Carolina Eschauzier. Samen met zijn zwager (of neef) heeft hij aanzienlijke belangen in Indische fondsen en Cultuurmaatschappijen. Van zijn zwager die in 1931 gestikt wordt doordat kidnappers hem een doek met chloroform onder de neus houden en die in kist wordt teruggevonden in een pakhuis, wordt gezegd dat hij minstens miljonair was. Kleyn was verzamelaar en bouwde een aanzienlijke collectie moderne kunst op met onder meer een Neuhuys. Aan het Ethnografisch Museum in Leiden schonk hij een bundel Japanse prenten rondom het thema de Japans-Russische oorlog. De familie Kleyn woonde aan de Laan van Copes van Cattenburch nr. 54 (rechts naast de brandweerwagen).Meer informatie volgt later



































