Samen schreven ze een boek Betty van Garrel en Herman Pieter de Boer. Wat hen bij elkaar dreef en wat de rode draad van het boek zou worden is hun gezamenlijke liefde voor schele of loense mensen. Herman Pieter de Boer woonde destijds in Giethoorn. Betty ging in de weekeinden met de trein vanuit Amsterdam naar hem toe en samen vertelden ze elkaar verhalen over allerlei onderwerpen. De een schreef een stukje dat die aan de ander liet lezen die dat weer als inspiratiebron gebruikte. Als iemand niets te binnen schoot en de reeks stokte dan mocht als een soort troefkaart een stukje over scheel of loens kijken worden ingelast. Het zijn anekdotes, herinneringen, komische en merkwaardige voorvallen, invallen met soms een uitstapje naar een scheel of loens kijkende mens. Het boek is verlucht met foto’s, cartoons, reclame afbeeldingen en scheelkijkers uit lang vervlogen tijden die het boek een Monty Python look geven. Het boek, uitgekomen in 1972, verkocht slecht. Herman Pieter de Boer was nog niet de bekende veelschrijver die hij later zou worden. Het was het eerste boek waarvan hij in een interview zei dat hij het vanuit zichzelf schreef en dat het ging over dingen die hem bezig hielden. In de bundel zijn anekdotes opgenomen over schrijvers (en vrienden) als Jan Cremer, Rijk de Gooijer, Eelkde Jong, Johnny van Doorn en Cherry Duyns, afgewisseld met weemoedige herinneringen naar hun jeugd, de oorlogstijd, het leven op het platteland in Noordwest Overijssel en komische dagelijkse voorvallen als:Ik draaide per ongeluk een verkeerd nummer en kreeg een deftige meneer aan de telefoon. ‘Met de Boer,’ zei ik, ‘spreek ik niet met Coenen?’ ‘Nee,’ zei hij, ‘maar intussen staat u al in mijn kamer.’ ‘Neem me niet kwalijk’,’zei ik, ‘ik heb zeker een verkeerd nummer gedraaid’. ‘En u gaat maar door,’zei hij met die sjieke kraakstem, ‘nu zit u al op mijn canapĂ©!’
‘Het spijt me echt,’ zei ik. ‘Welja, en nu begint u al mijn boeken uit mijn kast te halen om te bekijken!’ ‘Ik zal maar ophangen,’zei ik. ‘Dat zou ik maar doen, want ik heb waarachtig geen behoefte aan inwoning. Bonjour.’
Of
Bij mijn garage in Steenwijk maakte ik kennis met de chef. ‘Piest,’ stelde hij zich voor. Ik vroeg: ‘Hoe schrijf je dat?’ ‘Precies zoals je het doet.’In 1980 verscheen er een herdruk. De schrijver Karel van het Reve stak de loftrompet over het boek, de verkoop nam toe en het werd in kleine kring een cultboek. Bij componist Tony Eyk staat het op zijn nachtkastje en het is het lievelingsboek van de presentator Wim Brands bekend van de VPRO boekenprogramma’s op radio en tv.
Voorafgaand aan de Boekenweek 2012 zal er een nieuwe herdruk verschijnen bij afdh uitgevers. Maar wie niet zo lang wil wachten op dit merkwaardige boek die kan gewoon in de bibliotheek
terecht.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten