donderdag 9 februari 2012

Een liefde van...

Een liefde van … is de titel van een boek met interviews die Betty van Garrel in de jaren tachtig hield met schrijvers, schilders en musici over hun eerste liefde. Onuitwisbare herinneringen zijn het.
Al kan Simon Vinkenoog zich alleen nog de hartstochtelijke omhelzing en de toepasselijke naam van de straat herinneren waar het gebeurde, de Smaksteeg. Het beeld van het gezicht en de naam van het meisje zijn na vijftig jaar uit zijn geheugen weggevaagd. Het kan vreemd gaan met zo’n eerste liefde.
Tijdens het lezen word je bewust hoe krampachtig er in sommige milieus vlak voor en na de WO II met de andere sekse werd (samen)geleefd. Het waren gescheiden werelden waar de liefde schuchter en soms bijna verborgen werd beleefd.
Zo niet bij Geert Lubberhuizen de latere uitgever van de Bezige Bij die met zijn vriend Max in een smal zijstraatje waar het meisje van hun dromen woonde, samen gingen staan fluiten als ze het licht in haar kamertje ontstak. Deze serenades hebben anderhalf jaar geduurd. Max hield er gewoon een keer mee op maar Geert bleef trouw op zijn post, tot op een avond een vrouw een teil met ijskoud water naar beneden gooide onder de toevoeging: “En nou moet het maar eens afgelopen zijn. Wegwezen jij!”.
Ook was er in die dagen veel standsverschil. Zo voelde Theun de Vries zich op het kleine, elitaire gymnasium in Apeldoorn geheel buitengesloten van het bourgeoisie milieu waar zijn klasgenoten toe behoorden. De Vries heeft de voor hem onbereikbare meisjes niet op de proef gesteld, hij werd verliefd op een oudere vrouw zijn lerares Engels. Tot zijn teleurstelling bleef het platonisch maar door haar heeft hij wel de Engelse literatuur goed leren kennen.
Dat was anders bij Carel Willink die studeerde in Delft en die op straat een meisje ontmoette. Ze was hoedenmaakster, heette Christien, was zes jaar ouder en had al een kind iets wat Willink pas veel later te weten kwam. Met haar beleefde hij zijn eerste liefde maar hij moest zich na verloop van tijd wel onder behandeling stellen van een huidarts ondanks haar verzekeringen dat hij de enige was. Het bekoelde hun relatie en hij meende dat ze hem niet achterna zou reizen als hij naar Berlijn zou gaan. En zo geschiedde. Willink is verder gegaan in de schilderkunst en zo heeft Christien toch haar invloed doen gelden.
Jan Cremer groeide op met zijn alleenstaande moeder die werkster was en met een raar Hongaars accent sprak. Moeder en zoon, ze hoorden er in Enschede niet echt bij. Via het Armenbestuur en het Internationale Rode Kruis kwam hij terecht in een Duits kindertehuis en verbleef hij daar een jaar. Daar ontmoette hij Schwester Jana die net zo vreemd sprak als zijn moeder maar dan met een Pools accent, op haar werd hij verliefd met haar korenblond haar, brede jukbeenderen, zware boezem en volle heupen. Eens zei ze tegen hem, later gaan we trouwen. Dat klonk als een belofte en zijn verliefdheid heeft lang geduurd. Toen hij weer terug was in Enschede stuurde hij haar geregeld ansichtkaarten. Schwester Jana heeft hij nooit meer gezien. Maar decennia later als Cremer naar Duitsland gaat dan voelt hij nog steeds ontroering voor de Duitse vrouw waarvan de man aan het front is. En over die vrouwen die thuis alleen achterblijven om voor huis en kind te zorgen, zegt hij, het lijden staat die vrouwen op hun gezicht geschreven en toch houden ze die warmte hè.
Jan kende schrijfster Betty van Garrel uit zijn jonge jaren als kunstenaar. Op internet zwerft nog een prachtige foto rond van Armando, Jan Cremer, Cor Vaandrager en Betty van Garrel waar ze in de Haagse Salon voor een groot abstract schilderij staan. Cremer omschreef Betty van Garrel eens als "een mollig vrouwtje, roze als een pas geschrobd varkentje met de stem van Miss Piggy, die wekelijks haar opstelletjes voor de pagina Mensen, Dieren, Dingen ter beoordeling voor kwam leggen”. Betty van Garrel (1939-) schreef voor de Haagse Post, het roemruchte blad Hollands Diep en het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad over beeldende kunst, schreef schrijversportretten en werkte mee aan tv kunstprogramma’s.

Veel eerste liefdes blijven onbeantwoord en waarom… Jacqueline de Jong was zo erg verliefd op haar Ilja dat ze in wanhoop haar polsen voorzichtig doorsneed. Dertig jaar later ontmoet ze hem in een winkel, een middelbare man met wat grijs haar aan de slapen en ze herkent hem aan zijn licht Twents accent. Ze praten en halen herinneringen op tot ze hem vertelt hoe verliefd ze op hem was geweest. Hij reageerde dat hij het helaas nooit door had gehad. Ja zo kan het dus gaan maar gelukkig is er tegenwoordig Valentijn!
Het boek De liefde van ...is te leen bij de openbare bibliotheek.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten