donderdag 28 april 2011

Voorschot op voorschot

Lang, heel lang geleden toen de Neanderthalers nog mensen waren, fietste ik met vriendin Gerda bijna dagelijks van mijn kamer in het centrum van Amsterdam via de Singel naar Amsterdam Zuid. Tijdens één van die ritten ontdekte ik op een stille herfstnacht voor de uitgeverij van Kampen een afvalcontainer boordevol puin, houten balken, planken en gruis. Uit nieuwsgierigheid keek ik in de container. Onder de brokken kalk, steengruis en uithardende stukken specie vond ik bundeltjes gevouwen bruin pakpapier. In het spaarzame licht van een naburige lantaarn was met moeite te lezen: Felix Timmermans. Het waren bundels met correspondentie tussen van Kampen en een auteur. Van Kampen verbouwde niet alleen maar ruimde ook zijn archief op.
Zolang de verbouwing duurde, keek ik bijna iedere avond in de container. Buurtbewoners dumpten in de bak hun eigen afval met etensresten, soms regende het en was alles vuil en nat maar dat weerhield me niet. Meestal ving ik bot maar soms zat er iets moois tussen zoals brieven van Willem Elsschot, Gerard Walschap en P.C. Boutens of oude Jugendstil bandontwerpen van boeken van Henri Borel en Augusta de Wit maar ook voor zover na te gaan onuitgegeven delen manuscript. Waarschijnlijk heb ik maar een klein deel kunnen bemachtigen, de zware balken met de grote brokken puin waren vaak een te groot obstakel om alles te kunnen afgraven. Op een keer terwijl ik bovenin de container aan stenen stond te rukken, werd ik gevangen in het felle schijnwerperlicht van een rondvaartboot en legde de gids aan de passagiers uit dat ik een Damslaper was die naar eten zocht. Dit werd in het Duits en Engels herhaald. Ik voelde me enorm betrapt. Later kreeg ik zelfs een concurrent in de container, een man met een Sherlock Holms hoed met voor- en achterklep en een tweed cape om de schouders. Beiden zaten we in de smurrie en tussen de brokstukken te wroeten zonder ooit met elkaar te spreken of elkaar zelfs maar te begroeten. Niet lang na de gebeurtenis met de rondvaartboot was de verbouwing ten einde want de container heb ik niet meer teruggezien.

Anders dan je misschien zou verwachten gaat de correspondentie niet over wonderschone zinnen of hooggestemde gedachten maar vooral over geld. Remco Campert (1929) vraagt in deze charmante brief om een ‘voorschot op een voorschot’.




Remco Campert
p/a Borgers
Meentweg 74
Bussum

Geachte heer van Kampen,

Hierbij doe ik u toekomen een gedeelte van mijn Veulen : voorpoten, kop en hals. Ik hoop u de rest spoedig te kunnen zenden. Als het u bevalt althans. Een goede titel is moeilijk te verzinnen. Ik heb gedacht aan : “Hij werd een Ding”of “De verschrikkelijke verandering van Albert Oster” of “Geen Vlees en geen Vis”, of “De Wekker die Albert heette” etc. Het is moeilijk. Misschien kunt u hier iets uit kiezen. En anders verzin ik nog wel een nieuwe, maar lastig blijft het.
Ik zou u bovendien willen verzoeken, met het weinige beetje brutaliteit, dat er in mij is, de mogelijkheid te willen overwegen mij een voorschot op mijn voorschot te zenden, waarvan de grootte of kleinte geheel van u af hangt. En dan het liefst voor 30 mei : ik verkeer nl. in een financiële put, die zeer diep is. Als het onmogelijk is, begrijp ik dat zeer goed, maar als het wel mogelijk is, zou ik mijn plezier, om zo te zeggen, niet op kunnen. Ik hoop, dat wat ik u nu zend, u bevalt.

Met vriendelijke groet en hoogachting

Uw Remco Campert



Remco Campert was niet de enige met geldnood. Albert van Waasdijk (1879-1943), ambtenaar op de secretarie van de gemeente Rotterdam schreef toneelstukken, vetellingen en kritieken en publiceerde de roman ‘De gele koffer’ die bij van Kampen werd uitegeven.
J.W.F. Werumeus Buning (1891-1958) was kunstredacteur bij de Telegraaf en schreef gedichten en vertaalde boeken.

Rotterdam 10 januari 1938.
Aan P.N. van Kampen & Zoon N.V.
Singel 330 Amsterdam c.

Hooggeachte heer van Kampen,

Een onvoorzien omstandigheid noodzaakt mij binnen korten termijn, een bedrag te fourneren, dat ik echter op dit moment niet in zijn geheel bijeen kan brengen, zonder in moeilijkheden te komen. Daarom zou ik u willen verzoeken of er bij u overwegend bezwaar bestaat mij het honorarium voor “De Gele Koffer” reeds nu uit te betalen. Het spijt mij zeer dat ik u dit verzoek moet doen en u moge er zich van overtuigd houden, dat ik het zeker niet euvel zal duiden, wanneer u zich aan de gemaakte overeenkomst wenscht te houden. Doch wellicht is inwilliging van mijn verzoek tot u geen overwegend bezwaar, hetgeen dan ook de overweging is welke mij tot mijn verzoek heeft geleid.

Uw geacht bericht gaarne tegemoet ziend,

Hoogachtend,
Albert van Waasdijk

Waarde Heeren v. Kampen,

Zoudt u mij uit een dringende geldverlegenheid kunnen helpen door mij nogmaals f. 50 voor te schieten op toekomstige honoraria van de Gids. Er komen dezen winter een paar artikelen, en u zoudt mij zeer verplichten. Daar ik deze dagen zeer ongeregeld op de krant ben zoudt u wellicht den brenger dezes het geld of antwoord meegeven.

In haast
Vr. groeten
JWF Werumeus Buning

De werken van Albert van Waasdijk zijn niet meer in Overijsselse bibliotheken voorhanden. Wel kunnen boeken van hem worden aangevraagd via uw eigen bibliotheek. In Worldcat is een overzicht te vinden van wat bibliotheken van Albert van Waasdijk bezitten.

In het boek 'Verhalen rond 1900' samengesteld door Wim Zaal is een verhaal opgenomen van Albert van Waasdijk getiteld: 'De meneer van de derde verdieping'


Boeken van bovengenoemde schrijvers kunnen worden aangevraagd via de bibliotheek.

dinsdag 19 april 2011

Ik Jan Cremer

Alsof een grote steen in een stille vijver was gegooid, zo was de entree van Jan Cremer in de literaire wereld. Tijdens het boekenbal in februari 1964 presenteerde hij zich geheel op eigen wijze. Een door Geert Lubberhuizen ingehuurde groep mannen stormt het schrijversbal binnen en gooit links en rechts het boek ‘Ik Jan Cremer’ naar de gasten. Hoewel er nog geen boek verkocht was, stond linksboven op de cover al de toekomstige status: een onverbiddelijke bestseller. De omslag door Cremer zelf ontworpen, baarde opzien. De auteur zit schrijlings op een Harley, kijkt wat pips in de lens maar ziet er zeker voor die dagen perfect gestyled uit, niet de obligate Terlenkabroek met colbert en stropdas maar een spijkerpak en boven de klep van de pet een stoere motorbril.
Als een publicitaire stoomwals dendert Jan Cremer door het vaderlandse literaire wereldje en verandert dit voorgoed. Niets laat hij aan het toeval over, een zorgvuldig geplande reclamecampagne rond hemzelf, het fenomeen IK JAN CREMER ontvouwt zich. Samen met anderen stuurt hij ingezonden brieven naar het Parool om te getuigen hoe walgelijk en verderfelijk het boek van Jan Cremer was. Het credo is hoe slechter erover je wordt geschreven, des te meer publiciteit en des te meer honger krijgt het publiek naar je boek. In tegenwoordige termen: geniaal bedacht. Het boek verkoopt zo goed dat het in 2008 een 52e druk beleeft. Maar Jan ging door met het werken aan zijn imago en het zoeken van publiciteit, hij bracht een single uit met nummers van John Lee Hooker, reed in een rose Rolls Royce in Londen, zocht contact met de Beatles, arrangeerde ontmoetingen met Jayne Mansfield en met Christa Päffgen meer bekend als Nico van de Velvet Underground en bij dit alles spinde Jan financieel en publicitair garen.
In 1966 schreef Arnold Denis het boek ‘Hij, Jan Cremer’. Achter het pseudoniem zit de vrouw van een voormalige werkgever van Jan Cremer die een vlotte pen heeft en een ontnuchterend boekje open doet over het fenomeen Jan Cremer.

Een van de nieuwkomers die meende in de letterkundige en publicitaire voetstappen van Jan Cremer te kunnen treden, was Lagor Waard. Hij was Haags, fantast en volgens eigen zeggen promotor en zakenman, hij runde een jazz sociëteit en de band The Kicks, wist optredens te organiseren met The Hollies, Dave Berry, Johnny the Selfkicker, Bart Hughes en Simon Vinkenoog. Maar Lagor wilde meer, hij lanceerde het idee van een volksbingo, exposeerde een levende zeemeermin en introduceerde de Miss verkiezingen in Scheveningen. Als Haags fenomeen en provo stuurde hij in 1965 een brief naar het Amsterdams bestuur waarin hij aanbood om voor 100.000 duizend gulden de onlusten rondom provo, het hoofd te bieden wat voor de toenmalige burgemeester Hall aanleiding was om de anti-rook-magiër Robert Jasper Grootveld die zich tijdens de behandeling van de brief in de gemeenteraad, provocerend (zeg maar treiterend) gedroeg, toe te bijten: “Hou je bek” en een rel was geboren. Zo haalde Lagor Waard de landelijke pers want voor de uitgave van zijn boek ‘lagor waard, amen’ (una buena puya) dat in veel doet denken aan Jan Cremers eerste boek, was nauwelijks belangstelling terwijl volgens de auteur tussen hem en Shakespeare niets noemenswaardig heeft plaatsgevonden op literair gebied. In het voorwoord schreef Lagor Waard:
“IK LAGOR WAARD ben er de jongen niet naar om een boek bij elkaar te praten. Dat ik het toch doe is om de poen maar ook om jullie allemaal, van hoer tot minister en voor klootzak tot weet ik wat aan je trekken te laten komen. Maar dan zo dat je er allemaal wat van overhoudt, zo wil het de Porgel enz. enz. De toon is gezet, het boek verkoopt nauwelijks en vele jaren later duikt Lagor Waard op als ideeën-ontwikkelaar van het recreatiepark Lagorama, weer later als eigenaar van hotel Wassenaar met in het eerste jaar een verlies van zes ton om enige jaren nadien als directeur van het beleggingsfonds Albeco met de bijnaam ‘Diamanten Adje’ een groep beleggers op te lichten met ‘niet gekochte’ diamanten die hem uiteindelijk in de gevangenis doen belanden.
Zo kon het ook gaan. Geïnteresseerd in Lagor Waard? Zijn boek is volgens WorldCat te vinden in een beperkt aantal bibliotheken maar kan wel in iedere bibliotheek worden aangevraagd.

maandag 4 april 2011

Anamorfosen



Julian Beever is een Brits kunstenaar die met 3D tekeningen de aandacht trekt van de mensen op straat en van de media. In zijn krijttekeningen op straat wordt ‘diepte’ zo bedrieglijk echt gesuggereerd dat het lijkt alsof er in de stoep metro-ingang is aangelegd die je via een steile trap naar perrons leidt of dat hij zichzelf vastklampt aan een richel van een hoog huis terwijl Batman en Robin hem proberen te redden of dat er een levengrote fles Cola naast hem ligt. Moderne 3D techniek? Nee, de techniek is al eeuwen oud en gaat terug tot de Renaissance. In die tijd wilde men de realiteit zo dicht mogelijk benaderen en met het onder de knie krijgen van het perspectief ging men experimenteren. Van Leonardo da Vinci is een primitieve tekening bekend die als je met één oog met je hoofd dichtbij de tekening en er van opzij langs kijkt dan wordt de tekening teruggebracht tot normale verhoudingen en komt een kinderhoofdje te voorschijn. Waarschijnlijke is dit de eerste anamorfe tekening. Kunstenaars na DaVinci werden ware meesters in deze techniek en wisten met een spiegelende kegel of staaf uitgerekte tekeningen zo te weerspiegelen dat er optisch een driedimensionale voorstelling ontstond. Ideaal voor pornografische afbeeldingen maar ook in schilderijen brachten kunstenaars anamorfe details aan. De anamorfose raakte in de vergetelheid. Nog niet zo lang geleden wist een medewerker van de TU Delft een lading vreemd uitziende prenten uit een container te redden. Het ging om anamorfosen. In de Overijssel catalogus zijn er boeken met prachtige voorbeelden en beelden van deze unieke kunst.

vrijdag 1 april 2011

Boekenclub 'De Muiderkring'

Soms kom je eigenaardigheden tegen die moeilijk te rijmen zijn. Volgens Wikipedia is de boekenclub ‘De Muiderkring’ opgericht in 1948 door 5 uitgevers, de Amsterdamsche Boek- en Courantmaatschappij, van Kampen en Zoon, Leopold, Meulenhoff en Querido. Advertenties in kranten en een brief van Willem Elsschot (klik op afbeelding) lijken dit te bevestigen. De boekenclub was geen succes en na de uitgave van 5 boeken waaronder het boek 'Adriaan Brouwer' van Felix Timmermans, sterft het initiatief een stille dood.

In een interview met Hervormd Nederland (10-05-1986) van Trudy Telderman en Paul de Coninck vertelt auteur Max Dendermonde (1919-1986) dat er in 1941 of 1942 al een boekenclub “De Muiderkring” bestond: “.. ik ging naar Amsterdam en kwam bij de uitgeverij Querido terecht. Querido had een aantal joden in dienst genomen die niet meer hij de Arbeiderspers mochten werken. Die mensen gingen met boeken colporteren in het kader van de door Querido opgerichte boekenclub 'De [Muiderkring]'. Voor die boekenclub hadden ze auteurs nodig. Nadat ze mijn gedichten en korte verhalen hadden gelezen, huurden ze mij voor honderd gulden per maand in. Ik had nog nooit een boek geschreven. Ik was de eerste auteur die van de pen kon gaan leven nadat hij van school kwam. Dat was een prachtige start. In dat eerste jaar bij Querido schreef ik een aantal gedichtenbundels en een grote roman die niet werd gepubliceerd, omdat hij niet door de censuur van de Duitsers kwam. Ik schreef ook een novelle, 'Bruin, rood en groen' [1942], en een aardige, kleine roman, 'God in de toren' [1942], bijzonder voor die tijd omdat er revolutionair over God werd schreven.”
Het is Dendermondes eerste baan en hij kan zijn jeugddroom van schrijver in vervulling laten gaan. Genoeg reden om aan te nemen dat Dendermonde het bij het rechte eind heeft dat er een boekenclub 'De Muiderkring' heeft bestaan want in zoiets vergis je je toch niet.

In het boek ‘Querido van 1915 tot 1990 : een uitgeverij’ is over de boekenclub De Muiderkring beginjaren veertig en in 1948 niets te vinden. Emanuel Querido trad op 23 juli 1940 af als directeur maar het uitgeversvak werd voortgezet door anderen. Tijdens de oorlogsjaren werd het fonds gekortwiekt door de bezetter maar het uitgeversconcern bleef tot 1943 boeken uitgeven.

Er zijn sporen te vinden van de boekenclub ‘De Muiderkring’ niet te verwarren met de Bussumse uitgeverij Muiderkring die boeken uitgeeft over elektronica en radio’s.

Onze Nationale catalogus geraadpleegd, van 1941 tot 1942 was er het tijdschrift De Muiderkring: De Muiderkring : maandelijks huisorgaan voor de intekenaren op De Muiderkring Jaar: 1941-1942 Nummering: Jrg. 1 (1941) - jrg. 2, nr. 1 (1941) Uitgever: Amsterdam Annotatie: Ill Verschijnt 1× per maand Niet verder verschenen.
Is dit de uitgave waaraan Dendermonde meewerkte?
In 1944 verschijnt bij uitgeverij de Muiderkring onderstaand boek dat in 1948 opnieuw wordt uitgegeven door de gelijknamige Amsterdamse uitgever De Muiderkring.
Titel:
Adriaan Brouwer / Felix Timmermans Auteur: Felix Maximiliaan Leopold Timmermans (1886-1947) Jaar: [1944] Uitgever: Amsterdam : De Muiderkring Omvang: 235 p Formaat: 21 cm

In 1944 verschijnt bij uitgeverij van Kampen:
Titel: Adriaan Brouwer / [door] Felix TimmermansAuteur: Felix Maximiliaan Leopold Timmermans (1886-1947) Jaar: [1944]Uitgever: Amsterdam : P. N. van Kampen Omvang: 235 p Formaat: 21 cm

Beide uitgaven van 1944 lijken identiek. Een advertentie in de Leidsche Krant licht een tipje van de sluier (zie afbeelding). Hier wordt gedoeld op het eerdere initiatief van Emanuel Querido dat geliquideerd werd evenals Querido zelf die op 23 juli 1943 in een concentratiekamp stierf maar zijn initiatief werd voortgezet.

Zowel de uitgave van 1944 van de uitgever De Muiderkring en de uitgave van de boekenclub uit 1948 zijn een eerbetoon aan Emauel Querido. De uitgave van De Muiderkring kan niet van Querido zijn.. Die stopte immers met het uitgeven in 1943. Hoogstwaarschijnlijk is dit boek een uitgave van Van Kampen.

Onderstaande titels zijn uitgekomen bij de Muiderkring (in 1948) en aan te vragen via de Overijsselcatalogus.
Johan Fabricius / Eiland der demonen
Felix Timmermans / Adriaan Brouwer
Jo Boer / Beeld en spiegelbeeld
Albert Helman / Afdaling in de vulkaan
Aar van de Werfhorst / De eenzame