maandag 20 februari 2012

Zachtjes knetteren de letteren

In 1975 verscheen de anekdoten bijbel van de Nederlandse literatuur onder de spannende titel ‘Zachtjes knetteren de letteren’. De recensent van de Tijd veronderstelde dat de titel ontleend was aan een hebbelijkheid van de dichter A. Marja, van wie Ab Visser eens schreef: Hij was zo luidruchtig dat je hem mijlenver kon horen aankomen. Als hij bijvoorbeeld een wind liet, was het ook een wind, en geen bescheiden poepje. Hij beroemde er zich op dat hij een gat in een beschuit kon schijten; hij nam er in mijn bijzijn eens een proef mee: het lukte hem niet bij een Verkade-beschuit en wel bij een Bolletje, die dus blijkbaar van zachtere kwaliteit is. Zo'n wind van Marja drong door de plafonds van twee etages. Je kon bij wijze van spreken 's nachts wakker worden uit een nachtmerrie, waarin je dacht dat je je op zee bevond in zware mist en dat je gewekt werd door een misthoorn.
De bundel bevat een eeuw anekdotes vanaf de Tachtigers tot aan de jaren zeventig van vorige eeuw. De samensteller Jeroen Brouwers heeft de snedige stukjes onverkort overgenomen uit geschreven of gepubliceerd bronnenmateriaal overeenkomstig Brouwers stelregel dat de anekdote ‘eigendom’ van de verteller is. Het is een van de charmes dat de anekdotes niet hertaald zijn maar zich laten lezen in de oorspronkelijk tekst en stijl van meestal een collega schrijver. Brouwers kort bij sommige stukjes de tekst in met het teken [ ] maar doet dat op een wijze dat het tijdens lezen niet stoort. .
Zo schrijft Simon Carmiggelt over de begrafenis van J.C. Bloem op het kerkhof van Paasloo:
De onpraktische ligging van het gehucht had [ ] niet verhinderd dat ‘iedereen er was’. Dichters, romanschrijvers, essayisten, ze waren allemaal gekomen om afscheid te nemen. [ ]
‘Nadat A. Roland Holst had gesproken over het dichterschap van Bloem trad een man die niemand kende naar voren en zei, in het dialect van de streek: ‘Wat ie deed weet ik niet. Maar eh-hij was een goeie buur.’ Daarop knikte hij enige malen met een verlegen soort vastberadenheid en ging weer tussen de letterkundigen van Nederland staan. Ieder dacht dat de plechtigheid nu ten einde was. Maar plotseling nam een dikke, gevaarlijk vitale vrouw van middelbare leeftijd het woord. Ook iemand uit het dorp, maar ze had veel meer spraakwater dan die buurman. Ze behoorde tot een religieuze sekte en ze zette in harde zekerheden bol staande woorden uiteen, dat Bloem eigenlijk had geleefd als een zondaar. Haar merk zaligheid zou hem dan ook niet ten deel vallen. [ ] Toen ze eindelijk was uitgepreekt, zei Clara Eggink, die naast mij stond, ironisch: ‘Amen’.
Het was voorbij. De bezoekers gingen heen. Het kerkhof werd leeg. Alleen ik stond nog bij het hek te wachten tot de taxi mij zou komen halen. Bij het graf hielden zich twee in pilopakken gestoken mannen op, die met de verzorging van de dodenakker waren belast. [ ] Ze kwamen naar me toe, noemden mijn naam en vroegen of ik die meneer van de t.v. was. Ik antwoordde bevestigend. Toen bezorgden ze mij een even groteske als vernederende ervaring. De hele Nederlandse literatuur had aan dat graf gestaan, maar de ene man riep: ‘Ik zei al tegen m’n maat hier-d’r is één bekend gezicht bij.’


Achterin het boek zijn een persoonsregister en een bronvermelding toegevoegd zodat alles geverifieerd kan worden.
Bij een huldiging ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag werd hij [J.C. van Schagen] door een van de feestredenaars een ‘zachtzinnig anarchist’ genoemd, wat door de aanwezige journalist van de Provinciale Zeeuwse Courant verkeerd verstaan werd, zodat de krant de volgende dag meldde, dat Van Schagen een ‘zwakzinnig anarchist’ gehuldigd was.Eenvoudig te checken in de Zeeuwse Krantenbank met de kleine correctie dat het feestvarken zichzelf in zijn dankwoord een ‘zachtzinnig anarchist’ noemde en niet een van de feestredenaars. De dag erna volgde een rectificatie.
'Zachtjes knetteren de letteren'
bestaat voor het merendeel uit kostelijke anekdoten en het is haast zonde om deze in één keer te consumeren. Bij mij lag de bundel op het nachtkastje en iedere avond nam ik er voor het slapen gaan een ‘paar hapjes’ uit.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten