donderdag 28 april 2011

Voorschot op voorschot

Lang, heel lang geleden toen de Neanderthalers nog mensen waren, fietste ik met vriendin Gerda bijna dagelijks van mijn kamer in het centrum van Amsterdam via de Singel naar Amsterdam Zuid. Tijdens één van die ritten ontdekte ik op een stille herfstnacht voor de uitgeverij van Kampen een afvalcontainer boordevol puin, houten balken, planken en gruis. Uit nieuwsgierigheid keek ik in de container. Onder de brokken kalk, steengruis en uithardende stukken specie vond ik bundeltjes gevouwen bruin pakpapier. In het spaarzame licht van een naburige lantaarn was met moeite te lezen: Felix Timmermans. Het waren bundels met correspondentie tussen van Kampen en een auteur. Van Kampen verbouwde niet alleen maar ruimde ook zijn archief op.
Zolang de verbouwing duurde, keek ik bijna iedere avond in de container. Buurtbewoners dumpten in de bak hun eigen afval met etensresten, soms regende het en was alles vuil en nat maar dat weerhield me niet. Meestal ving ik bot maar soms zat er iets moois tussen zoals brieven van Willem Elsschot, Gerard Walschap en P.C. Boutens of oude Jugendstil bandontwerpen van boeken van Henri Borel en Augusta de Wit maar ook voor zover na te gaan onuitgegeven delen manuscript. Waarschijnlijk heb ik maar een klein deel kunnen bemachtigen, de zware balken met de grote brokken puin waren vaak een te groot obstakel om alles te kunnen afgraven. Op een keer terwijl ik bovenin de container aan stenen stond te rukken, werd ik gevangen in het felle schijnwerperlicht van een rondvaartboot en legde de gids aan de passagiers uit dat ik een Damslaper was die naar eten zocht. Dit werd in het Duits en Engels herhaald. Ik voelde me enorm betrapt. Later kreeg ik zelfs een concurrent in de container, een man met een Sherlock Holms hoed met voor- en achterklep en een tweed cape om de schouders. Beiden zaten we in de smurrie en tussen de brokstukken te wroeten zonder ooit met elkaar te spreken of elkaar zelfs maar te begroeten. Niet lang na de gebeurtenis met de rondvaartboot was de verbouwing ten einde want de container heb ik niet meer teruggezien.

Anders dan je misschien zou verwachten gaat de correspondentie niet over wonderschone zinnen of hooggestemde gedachten maar vooral over geld. Remco Campert (1929) vraagt in deze charmante brief om een ‘voorschot op een voorschot’.




Remco Campert
p/a Borgers
Meentweg 74
Bussum

Geachte heer van Kampen,

Hierbij doe ik u toekomen een gedeelte van mijn Veulen : voorpoten, kop en hals. Ik hoop u de rest spoedig te kunnen zenden. Als het u bevalt althans. Een goede titel is moeilijk te verzinnen. Ik heb gedacht aan : “Hij werd een Ding”of “De verschrikkelijke verandering van Albert Oster” of “Geen Vlees en geen Vis”, of “De Wekker die Albert heette” etc. Het is moeilijk. Misschien kunt u hier iets uit kiezen. En anders verzin ik nog wel een nieuwe, maar lastig blijft het.
Ik zou u bovendien willen verzoeken, met het weinige beetje brutaliteit, dat er in mij is, de mogelijkheid te willen overwegen mij een voorschot op mijn voorschot te zenden, waarvan de grootte of kleinte geheel van u af hangt. En dan het liefst voor 30 mei : ik verkeer nl. in een financiële put, die zeer diep is. Als het onmogelijk is, begrijp ik dat zeer goed, maar als het wel mogelijk is, zou ik mijn plezier, om zo te zeggen, niet op kunnen. Ik hoop, dat wat ik u nu zend, u bevalt.

Met vriendelijke groet en hoogachting

Uw Remco Campert



Remco Campert was niet de enige met geldnood. Albert van Waasdijk (1879-1943), ambtenaar op de secretarie van de gemeente Rotterdam schreef toneelstukken, vetellingen en kritieken en publiceerde de roman ‘De gele koffer’ die bij van Kampen werd uitegeven.
J.W.F. Werumeus Buning (1891-1958) was kunstredacteur bij de Telegraaf en schreef gedichten en vertaalde boeken.

Rotterdam 10 januari 1938.
Aan P.N. van Kampen & Zoon N.V.
Singel 330 Amsterdam c.

Hooggeachte heer van Kampen,

Een onvoorzien omstandigheid noodzaakt mij binnen korten termijn, een bedrag te fourneren, dat ik echter op dit moment niet in zijn geheel bijeen kan brengen, zonder in moeilijkheden te komen. Daarom zou ik u willen verzoeken of er bij u overwegend bezwaar bestaat mij het honorarium voor “De Gele Koffer” reeds nu uit te betalen. Het spijt mij zeer dat ik u dit verzoek moet doen en u moge er zich van overtuigd houden, dat ik het zeker niet euvel zal duiden, wanneer u zich aan de gemaakte overeenkomst wenscht te houden. Doch wellicht is inwilliging van mijn verzoek tot u geen overwegend bezwaar, hetgeen dan ook de overweging is welke mij tot mijn verzoek heeft geleid.

Uw geacht bericht gaarne tegemoet ziend,

Hoogachtend,
Albert van Waasdijk

Waarde Heeren v. Kampen,

Zoudt u mij uit een dringende geldverlegenheid kunnen helpen door mij nogmaals f. 50 voor te schieten op toekomstige honoraria van de Gids. Er komen dezen winter een paar artikelen, en u zoudt mij zeer verplichten. Daar ik deze dagen zeer ongeregeld op de krant ben zoudt u wellicht den brenger dezes het geld of antwoord meegeven.

In haast
Vr. groeten
JWF Werumeus Buning

De werken van Albert van Waasdijk zijn niet meer in Overijsselse bibliotheken voorhanden. Wel kunnen boeken van hem worden aangevraagd via uw eigen bibliotheek. In Worldcat is een overzicht te vinden van wat bibliotheken van Albert van Waasdijk bezitten.

In het boek 'Verhalen rond 1900' samengesteld door Wim Zaal is een verhaal opgenomen van Albert van Waasdijk getiteld: 'De meneer van de derde verdieping'


Boeken van bovengenoemde schrijvers kunnen worden aangevraagd via de bibliotheek.

dinsdag 19 april 2011

Ik Jan Cremer

Alsof een grote steen in een stille vijver was gegooid, zo was de entree van Jan Cremer in de literaire wereld. Tijdens het boekenbal in februari 1964 presenteerde hij zich geheel op eigen wijze. Een door Geert Lubberhuizen ingehuurde groep mannen stormt het schrijversbal binnen en gooit links en rechts het boek ‘Ik Jan Cremer’ naar de gasten. Hoewel er nog geen boek verkocht was, stond linksboven op de cover al de toekomstige status: een onverbiddelijke bestseller. De omslag door Cremer zelf ontworpen, baarde opzien. De auteur zit schrijlings op een Harley, kijkt wat pips in de lens maar ziet er zeker voor die dagen perfect gestyled uit, niet de obligate Terlenkabroek met colbert en stropdas maar een spijkerpak en boven de klep van de pet een stoere motorbril.
Als een publicitaire stoomwals dendert Jan Cremer door het vaderlandse literaire wereldje en verandert dit voorgoed. Niets laat hij aan het toeval over, een zorgvuldig geplande reclamecampagne rond hemzelf, het fenomeen IK JAN CREMER ontvouwt zich. Samen met anderen stuurt hij ingezonden brieven naar het Parool om te getuigen hoe walgelijk en verderfelijk het boek van Jan Cremer was. Het credo is hoe slechter erover je wordt geschreven, des te meer publiciteit en des te meer honger krijgt het publiek naar je boek. In tegenwoordige termen: geniaal bedacht. Het boek verkoopt zo goed dat het in 2008 een 52e druk beleeft. Maar Jan ging door met het werken aan zijn imago en het zoeken van publiciteit, hij bracht een single uit met nummers van John Lee Hooker, reed in een rose Rolls Royce in Londen, zocht contact met de Beatles, arrangeerde ontmoetingen met Jayne Mansfield en met Christa Päffgen meer bekend als Nico van de Velvet Underground en bij dit alles spinde Jan financieel en publicitair garen.
In 1966 schreef Arnold Denis het boek ‘Hij, Jan Cremer’. Achter het pseudoniem zit de vrouw van een voormalige werkgever van Jan Cremer die een vlotte pen heeft en een ontnuchterend boekje open doet over het fenomeen Jan Cremer.

Een van de nieuwkomers die meende in de letterkundige en publicitaire voetstappen van Jan Cremer te kunnen treden, was Lagor Waard. Hij was Haags, fantast en volgens eigen zeggen promotor en zakenman, hij runde een jazz sociëteit en de band The Kicks, wist optredens te organiseren met The Hollies, Dave Berry, Johnny the Selfkicker, Bart Hughes en Simon Vinkenoog. Maar Lagor wilde meer, hij lanceerde het idee van een volksbingo, exposeerde een levende zeemeermin en introduceerde de Miss verkiezingen in Scheveningen. Als Haags fenomeen en provo stuurde hij in 1965 een brief naar het Amsterdams bestuur waarin hij aanbood om voor 100.000 duizend gulden de onlusten rondom provo, het hoofd te bieden wat voor de toenmalige burgemeester Hall aanleiding was om de anti-rook-magiër Robert Jasper Grootveld die zich tijdens de behandeling van de brief in de gemeenteraad, provocerend (zeg maar treiterend) gedroeg, toe te bijten: “Hou je bek” en een rel was geboren. Zo haalde Lagor Waard de landelijke pers want voor de uitgave van zijn boek ‘lagor waard, amen’ (una buena puya) dat in veel doet denken aan Jan Cremers eerste boek, was nauwelijks belangstelling terwijl volgens de auteur tussen hem en Shakespeare niets noemenswaardig heeft plaatsgevonden op literair gebied. In het voorwoord schreef Lagor Waard:
“IK LAGOR WAARD ben er de jongen niet naar om een boek bij elkaar te praten. Dat ik het toch doe is om de poen maar ook om jullie allemaal, van hoer tot minister en voor klootzak tot weet ik wat aan je trekken te laten komen. Maar dan zo dat je er allemaal wat van overhoudt, zo wil het de Porgel enz. enz. De toon is gezet, het boek verkoopt nauwelijks en vele jaren later duikt Lagor Waard op als ideeën-ontwikkelaar van het recreatiepark Lagorama, weer later als eigenaar van hotel Wassenaar met in het eerste jaar een verlies van zes ton om enige jaren nadien als directeur van het beleggingsfonds Albeco met de bijnaam ‘Diamanten Adje’ een groep beleggers op te lichten met ‘niet gekochte’ diamanten die hem uiteindelijk in de gevangenis doen belanden.
Zo kon het ook gaan. Geïnteresseerd in Lagor Waard? Zijn boek is volgens WorldCat te vinden in een beperkt aantal bibliotheken maar kan wel in iedere bibliotheek worden aangevraagd.

maandag 4 april 2011

Anamorfosen



Julian Beever is een Brits kunstenaar die met 3D tekeningen de aandacht trekt van de mensen op straat en van de media. In zijn krijttekeningen op straat wordt ‘diepte’ zo bedrieglijk echt gesuggereerd dat het lijkt alsof er in de stoep metro-ingang is aangelegd die je via een steile trap naar perrons leidt of dat hij zichzelf vastklampt aan een richel van een hoog huis terwijl Batman en Robin hem proberen te redden of dat er een levengrote fles Cola naast hem ligt. Moderne 3D techniek? Nee, de techniek is al eeuwen oud en gaat terug tot de Renaissance. In die tijd wilde men de realiteit zo dicht mogelijk benaderen en met het onder de knie krijgen van het perspectief ging men experimenteren. Van Leonardo da Vinci is een primitieve tekening bekend die als je met één oog met je hoofd dichtbij de tekening en er van opzij langs kijkt dan wordt de tekening teruggebracht tot normale verhoudingen en komt een kinderhoofdje te voorschijn. Waarschijnlijke is dit de eerste anamorfe tekening. Kunstenaars na DaVinci werden ware meesters in deze techniek en wisten met een spiegelende kegel of staaf uitgerekte tekeningen zo te weerspiegelen dat er optisch een driedimensionale voorstelling ontstond. Ideaal voor pornografische afbeeldingen maar ook in schilderijen brachten kunstenaars anamorfe details aan. De anamorfose raakte in de vergetelheid. Nog niet zo lang geleden wist een medewerker van de TU Delft een lading vreemd uitziende prenten uit een container te redden. Het ging om anamorfosen. In de Overijssel catalogus zijn er boeken met prachtige voorbeelden en beelden van deze unieke kunst.

vrijdag 1 april 2011

Boekenclub 'De Muiderkring'

Soms kom je eigenaardigheden tegen die moeilijk te rijmen zijn. Volgens Wikipedia is de boekenclub ‘De Muiderkring’ opgericht in 1948 door 5 uitgevers, de Amsterdamsche Boek- en Courantmaatschappij, van Kampen en Zoon, Leopold, Meulenhoff en Querido. Advertenties in kranten en een brief van Willem Elsschot (klik op afbeelding) lijken dit te bevestigen. De boekenclub was geen succes en na de uitgave van 5 boeken waaronder het boek 'Adriaan Brouwer' van Felix Timmermans, sterft het initiatief een stille dood.

In een interview met Hervormd Nederland (10-05-1986) van Trudy Telderman en Paul de Coninck vertelt auteur Max Dendermonde (1919-1986) dat er in 1941 of 1942 al een boekenclub “De Muiderkring” bestond: “.. ik ging naar Amsterdam en kwam bij de uitgeverij Querido terecht. Querido had een aantal joden in dienst genomen die niet meer hij de Arbeiderspers mochten werken. Die mensen gingen met boeken colporteren in het kader van de door Querido opgerichte boekenclub 'De [Muiderkring]'. Voor die boekenclub hadden ze auteurs nodig. Nadat ze mijn gedichten en korte verhalen hadden gelezen, huurden ze mij voor honderd gulden per maand in. Ik had nog nooit een boek geschreven. Ik was de eerste auteur die van de pen kon gaan leven nadat hij van school kwam. Dat was een prachtige start. In dat eerste jaar bij Querido schreef ik een aantal gedichtenbundels en een grote roman die niet werd gepubliceerd, omdat hij niet door de censuur van de Duitsers kwam. Ik schreef ook een novelle, 'Bruin, rood en groen' [1942], en een aardige, kleine roman, 'God in de toren' [1942], bijzonder voor die tijd omdat er revolutionair over God werd schreven.”
Het is Dendermondes eerste baan en hij kan zijn jeugddroom van schrijver in vervulling laten gaan. Genoeg reden om aan te nemen dat Dendermonde het bij het rechte eind heeft dat er een boekenclub 'De Muiderkring' heeft bestaan want in zoiets vergis je je toch niet.

In het boek ‘Querido van 1915 tot 1990 : een uitgeverij’ is over de boekenclub De Muiderkring beginjaren veertig en in 1948 niets te vinden. Emanuel Querido trad op 23 juli 1940 af als directeur maar het uitgeversvak werd voortgezet door anderen. Tijdens de oorlogsjaren werd het fonds gekortwiekt door de bezetter maar het uitgeversconcern bleef tot 1943 boeken uitgeven.

Er zijn sporen te vinden van de boekenclub ‘De Muiderkring’ niet te verwarren met de Bussumse uitgeverij Muiderkring die boeken uitgeeft over elektronica en radio’s.

Onze Nationale catalogus geraadpleegd, van 1941 tot 1942 was er het tijdschrift De Muiderkring: De Muiderkring : maandelijks huisorgaan voor de intekenaren op De Muiderkring Jaar: 1941-1942 Nummering: Jrg. 1 (1941) - jrg. 2, nr. 1 (1941) Uitgever: Amsterdam Annotatie: Ill Verschijnt 1× per maand Niet verder verschenen.
Is dit de uitgave waaraan Dendermonde meewerkte?
In 1944 verschijnt bij uitgeverij de Muiderkring onderstaand boek dat in 1948 opnieuw wordt uitgegeven door de gelijknamige Amsterdamse uitgever De Muiderkring.
Titel:
Adriaan Brouwer / Felix Timmermans Auteur: Felix Maximiliaan Leopold Timmermans (1886-1947) Jaar: [1944] Uitgever: Amsterdam : De Muiderkring Omvang: 235 p Formaat: 21 cm

In 1944 verschijnt bij uitgeverij van Kampen:
Titel: Adriaan Brouwer / [door] Felix TimmermansAuteur: Felix Maximiliaan Leopold Timmermans (1886-1947) Jaar: [1944]Uitgever: Amsterdam : P. N. van Kampen Omvang: 235 p Formaat: 21 cm

Beide uitgaven van 1944 lijken identiek. Een advertentie in de Leidsche Krant licht een tipje van de sluier (zie afbeelding). Hier wordt gedoeld op het eerdere initiatief van Emanuel Querido dat geliquideerd werd evenals Querido zelf die op 23 juli 1943 in een concentratiekamp stierf maar zijn initiatief werd voortgezet.

Zowel de uitgave van 1944 van de uitgever De Muiderkring en de uitgave van de boekenclub uit 1948 zijn een eerbetoon aan Emauel Querido. De uitgave van De Muiderkring kan niet van Querido zijn.. Die stopte immers met het uitgeven in 1943. Hoogstwaarschijnlijk is dit boek een uitgave van Van Kampen.

Onderstaande titels zijn uitgekomen bij de Muiderkring (in 1948) en aan te vragen via de Overijsselcatalogus.
Johan Fabricius / Eiland der demonen
Felix Timmermans / Adriaan Brouwer
Jo Boer / Beeld en spiegelbeeld
Albert Helman / Afdaling in de vulkaan
Aar van de Werfhorst / De eenzame

donderdag 24 februari 2011

Nelia Gardner White (1896-1957)

Nelia Gardner White was een succesvol en populair auteur. Ze was een van de vijf kinderen van een methodistische predikant. Thuis hadden ze het niet breed maar belangrijker was dat ze opgroeide in een warm nest waar plaats was voor vrienden, boeken en plezier. Van 1911 tot 1913 volgde ze colleges aan de Syracuse University Vijftig jaar later studeerde de Velvet Underground voorman Lou Reed aan dezelfde universiteit. De voormalige studenten ontvingen beiden de George Arents Pioneer medaille een jaarlijkse prijs waarmee afgestudeerde studenten worden geëerd die uitblinken op hun terrein, zij in 1949 en Lou in 2007. In het jaar erna won Nelia 8.000 dollar met de Westminster Press Fiction Contest met haar roman “No trumpet before him”. Na haar universitaire studie bezocht ze de Emma Willard Kindergarten School en werd kleuterleidster. Ze trouwde met een advocaat en het gezin kreeg twee kinderen.
Ze begon haar schrijfcarrière met het schrijven van verhalen voor kleuters en via verhalen voor de oudere jeugd legde ze zich toe op het schrijven romans. Ze schreef honderden verhalen en novellen die veelal in tijdschriften verschenen. In 1954 publiceerde de Nieuwe Leidsche Courant haar boek : "Voor hem geen bazuinen" in feuilleton.
Twee speelfilms zijn gebaseerd op een verhaal en een roman van haar: in 1946 Sentimental Journey en in 1958 The Gift of Love met in de hoofdrol Lauren Bacall. Het gelijknamige boek van de laatste film wordt door critici geprezen omdat het boek krachtig en realistisch is met zelfs verontrustende elementen. Dat kan van de overige boeken van White niet worden gezegd, ze waren een tikkeltje aan de brave kant en voorspelbaar. Dat past bij het beeld dat een buurtgenoot van haar gaf, "een leuke vrouw maar wel wat lang van stof". Maar de ‘ervaren groep van vooral lezeressen’ deerde dit niet en wisten raad met haar boeken. Haar boeken werd in vele talen vertaald en in het Nederlands verschenen 11 boeken in vertaling. In 1957 stierf ze op 62-jarige leeftijd en in de krant werd slechts een enkele zin aan haar gewijd.

Van Nelia Gardner White zijn nauwelijks afbeeldingen te vinden op internet. De hier gepubliceerde foto (voor vergroting op foto klikken) is van Leja Gorska, een gevierd en professioneel fotograaf die woonde en werkte in New York.
Voor foto's van Nelia Gardner White of meer informatie over de fotografe Leja Gorska houden we ons aanbevolen.

woensdag 16 februari 2011

Help mee!

Ditmaal geen vergeten boek maar een vergeten thema. Het is opvallend dat een flink aantal Vlaamse schrijvers van beroep bibliothecaris is geweest. Is hier sprake van toeval? Of was het bewuste keuze en bood de baan van bibliothecaris door velen beschouwd als een baantje in de luwte misschien geen gelegenheid tot het schrijven dan ieder geval tot lezen. Een beetje bibliothecaris kan toch over een middelgrote collectie van pakweg 100.000 boeken al gauw zeggen: “Ja zeker mevrouw, ik heb ze allemaal gelezen”. Aan de Vlaamse bibliothecaris/schrijver is een aparte post gewijd.

De combinatie van bibliothecaris/schrijver is in Nederland niet onbekend. En soms word je door omstandigheden van het een het ander. Dit overkwam de onderwijzer Jan Nowee in de jaren '30 van de vorige eeuw die in zijn vrije tijd bibliothecaris in een buurtbibliotheek was. Zijn jonge lezers vroegen verrassend vaak naar westerns of cowboy boeken. Maar er was nauwelijks aanbod op de Nederlandse markt. Nowee maakte van de nood een deugd door zelf cowboyboeken te gaan schrijven en met enorm veel succes want uiteindelijk verschenen er van Arendsoog en Witte Veder meer dan vijftig boeken.

Van Jos Anthierens is het citaat: "Een bibliothecaris is een boekhouder". Dit verklaart de voorliefde van de bibliothecaris voor lijstjes en het willen inventariseren. In deze post brengen we een overzicht bij elkaar van schrijvers die ook bibliothecaris zijn geweest. Als je deze post kunt verrijken met een naam of een stukje tekst van iemand die deel uitmaakt van het gilde van schrijvers/bibliothecarissen dan is dit bijzonder welkom. De spelregels zijn eenvoudig, het gaat om schrijvers/bibliothecarissen uit de hele wereld die actief zijn geweest in letterkunde en die bellettrische uitgaven hebben laten verschijnen zoals dichtbundels, toneelwerken, novellen, romans enz. en die in het bibliotheekvak werkzaam zijn geweest als directeur, bibliothecaris, medewerker of...

Maanden na het verschijnen van deze post, ontving ik een reactie van Hans Krol [HK], die ooit directeur was van de bibliotheek Heemstede en letterlijk alles verzamelt wat met bibliotheken te maken heeft en of dat al niet genoeg is, er ook nog eens heel veel over weet. Hij liet weten dat hij al vier decennia wereldwijd documentatie verzamelt over zo'n 2.000 prominente personen (staatslieden, letterkundigen, natuurwetenschappers, beeldend kunstenaars, componisten, pausen etc.) die tevens enige tijd in dienst waren van een bibliotheek of archiefinstelling. Van Hans ontving ik ook de ansichtkaart van een gehurkte Maarten Biesheuvel voor de catalogusbakken in het Vredespaleis geschilderd door Charlotte Mutsaers.

Overzicht van Nederlandse schrijvers/bibliothecarissen:

Gerrit Achterberg (1905-1962) wordt gezien als een van de grootste Nederlandse dichters van de 20e eeuw. In Utrecht waar hij op kamers woonde, vermoordde hij zijn 40-jarige hospita en verwondde hij haar dochter Beppie. Hij werd opgesloten in het Rijkasyls voor Psychopathen ‘Veldzicht’ in Balkbrug (gemeente Avereest) waar hij van 1938 (tot 1941) werd belast met het beheer van de bibliotheek. [HK]


Aegidius Albertinus (1560-1620). Schrijver/vertaler die in Deventer is geboren die o.a. de Spaanse schelmenroman in Duitsland introduceerde en de auteur is van de schelmenroman Der Landstörtzer Gusman von Alfarache oder Picaro genannt. Van 1601-1606 is hij in dienst als bibliothecaris aan het hof van Maximiliaan I, keurvorst van Beieren in München. [HK]




Arnoldus Arlenius Peraxylus (1510-1582) (geb. als Arnout van Eyndhouts), humanist, dichter, corrector en wijsgeer, was vanaf 1538 tot 1546 bibliothecaris van de Spaanse ambassadeur Diego Hurtado de Mendoza in Italië (Rome en Venetië). Hij ontdekte nieuwe teksten in o.a. Frankfurt en Florence en liet oude documenten vertalen. Van Eyndhouts catalogiseerde de Griekse manuscripten van Mendoza’s aanzienlijke boekerij. [HK]

Adriaan Beelo (1798-1878), dichter, was onderbibliothecaris bij de Koninklijke Bibliotheek van 1824-1828. Hij schreef blijspelen en gedichten. [HK]







Ger Beukenkamp (1946). Toneel- en scenarioschrijver. Werkte omstreeks 1980 een aantal jaren als magazijnmedewerker bij de Stadsbibliotheek Haarlem. In later tijd heeft hij daar nog enkele jaren enkel op zaterdag gewerkt. [HK]







Maarten Biesheuvel (1939) studeerde rechten in Leiden en debuteerde in 1972 met de bundel In de bovenkooi waarmee hij direct naam maakte. Hij wordt geroemd als verhalenverteller om zijn absurditeit, humor, fantasie, surrealistische kijk en zijn openheid over zijn psychiatrisch verleden. Samen met zijn vrouw Eva volgde hij begin jaren '70 de post-doctorale studie Bibliotheekwetenschap en werd later bibliothecaris in het Vredespaleis te Den Haag. Hij ontving in 2007 de PC Hooftprijs.




Willem Bilderijk (1756-1831) was van 1815-1817 bibliothecaris van het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten [= huidige Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen], een sinecure. Dat gold eerder toen hij, januari 1807, door koning Lodewijk Napoleon werd benoemd als functionaris bij de het jaar daarvoor opgerichte Koninklijke Bibliotheek, een voortzetting van de in 1798 gestichte Nationale Bibliotheek. Als bibliothecaris – vrij zeker ook van de particuliere bibliotheek van Lodewijk Napoleon stelde Bilderdijk een onderzoek in naar de privéboekerij van mr. Joost Romswinckel te Leiden, die uiteindelijk voor 50.000 gulden is aangekocht voor de nieuwe K.B. Bilderdijk klaagde al spoedig steen en been, want hij kon de nare boekenlucht niet verdragen en gaf in brieven toe dat hij niet deugde voor bibliotheekwerk. Nog voor het eind van dat jaar is hij door de koning “van zijn drukkenden last bevrijd.” [HK]

Jelle Hendrik Brouwer (1900-1981). Dichter en o.a. hoogleraar Friese taal- en letterkunde en Gotisch te Groningen. Was van 1921 tot 1941 als bibliotheekambtenaar verbonden aan de Provinciale Bibliotheek van Friesland en (klassieke) Bumabibliotheek te Leeuwarden. In 1979 kreeg hij de Ossianprijs uitgereikt voor zijn verdiensten voor het versterken en het behouden van de Friese taal. [HK]





Cees Buddingh' (1918-1985). Als jongeman leek hem de hele dag tussen boeken in een bibliotheek werken en in 1940 droomde hij zelfs van een toekomstige baan als leeszaaldirecteur. Aan F.Auwera vertelde Buddingh: “Na een goed half jaartje gingen al die in bruin papier gekafte ruggen zo benauwen, dat ik de leeszaal weer ontvluchtte en pogingen deed om, o.a. samen met Max Dendermonde, een ‘echte schrijver’ te worden. Later zou de schrijver-dichter een sonnet schrijven, waarvan de eerste en laatste [actuele] strofe luiden:
“’t Kan Dordt zomin zonder haar leeszaal denken
Als zonder Grote Kerk, als z’er geen had
Dan moest de burgerij haar er een schenken
En koesteren als een vrek zijn gouden schat.
(…)
Een leeg fabrieksterrein vult men wel weer gauw,
Maar ’n stad die de cultuur verwaarloost is een
Stad die niet waard is langer mee te tellen.”
[HK]

Jacob Cats (1577-1660), dichter en diplomaat (raadpensionaris). Al voor 1571, toen de stad Dordrecht mr. Pieter Aertsz als bibliothecaris aanstelde beschikte Dordrecht over ten minste drie librijen. Na 1616 zijn de stadsboeken ondergebracht in tot bibliotheek ingerichte Marienbornklooster. Het beheer was een erebaan, voorbehouden aan de pensionaris der stad, bijgestaan door een predikant en leraren der Latijnse School.
In 1626 is Jacob Cats tot beheerder benoemd, formeel tot 1636 Hij wist een budget van 200 gulden per jaar voor de aankoop van nieuwe boeken wist te verwerven. Mede door zijn toedoen en van predikant-stadsbibliothecaris ds. Balthasar Lydius, na 1629 van ds. Johannes Buytendijk, groeide het boekenbezit gestaag.
[Voor informatie, zie: ‘Gedrukt in Dordrecht; vier eeuwen boek en prent’, 1976., hoofdstuk: Het boek in de bibliotheek: de Stadsbibliotheek, p. 29-32]. [HK]

Dirk Coster (1887-1956), letterkundige. Hij kwam als veertienjarige jongen op het kantoor van de Gist- en Spiritusfabriek In Delft. Spoedig werd hij – tot 1904 - bibliothecaris van directeur J.V. van Marken. [HK]









Maria Dermoût (1888-1962) was een Nederlans-Indische schrijfster die op late leeftijd in 1951 debuteerde met de roman ‘Nog pas gisteren’. Haar bekendste werk is ‘De tienduizend dingen’. Vanaf 1919 werkte ze een aantal jaren als bibliothecaresse in de bibliotheek van Semarang, die toentertijd meer dan tienduizend boeken in zijn bezit had. [HK]







Janus Dousa sr. (1545-1604), Jan van der Does. Humanist, dichter, filoloog, geschiedschrijver. Was van 1585 tot 1593 de eerste bibliothecaris van de Universiteit van Leiden. Toen hij in 1593 naar Den Haag vertrok om zijn functie in de Hoge Raad te aanvaarden, legde hij het ambt van bibliothecaris neer en is hij opgevolgd door zijn oudste zoon Janus Dousa jr. (1571-1596), verdienstelijk Neolatijns dichter, die op jonge leeftijd, slechts 25 jaar oud, in Leiden kwam te overlijden. Omdat zoals senaat en rector meenden: “niemant bequaemer hebben bevonden…aengesien zijn groote geschicktheyt ende ervarentheyt in allerhande saecken ende scientien tot het voorsz. ampt van bibliothecaris dienende ende nootwendich wesende.” [HK]

Nico Dijkshoorn (1960) is dichter, schrijver, muzikant en internetcolumnist, en behoeft nauwelijks introductie door zijn optredens als dichter-commentator in de Wereld draait door. Als stukjes schrijver op blogs als Retecool en GeenStijl brak hij korte door. Zijn eerste baan begon hij in de bibliotheek Amstelveen waar hij 15 jaar in allerlei functies gewerkt heeft.


Jos Erdkamp (1958) is een Limburgse auteur van historische, familie- en streekromans. In het dagelijks leven is Erdkamp adviseur/bibliothecaris bij het Bibliotheekhuis Limburg de ondersteuningsorganisatie voor Limburgse bibliotheken. Zijn 4 gepubliceerde romans vertonen een sterke verbondenheid hebben met de Limburgse cultuur en het Limburgse land.







Jacob Geel (1789-1862), letterkundige, filoloog en hoogleraar. Was van 1822 tot 1833 op advies van D.J.van Lennep onderbibliothecaris van de Universiteit in Leiden en als opvolger van J. van Voorst van 1833 tot 1858 eerste bibliothecaris. [HK]








Pieter van Godewijck (1593-1660), Neolatijns en Nederduits dichter, bibliothecaris van de stadsbibliotheek Dordrecht. In 1619 benoemd tot preceptor van de Latijnse School, na 1636 tot zijn overlijden opzichter van de stadsboekerij in het Marienbornerklooster. Op last van Jacob de Witt stelde hij in 1640 de eerste geschreven catalogus samen, die toenmaals 1.021 publicaties telde. Een openbaar karakter verkreeg de bibliotheek pas in 1681. [HK]

Jan Hendrik de Groot (1901- 1990), dichter.
Van 1937 tot 1948 als assistent werkzaam bij de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen in Amsterdam. [HK]










Janus Gruterus (1560-1627), Jan de Gruytere. Klassiek filoloog en dichter. In 1602 benoemd tot bibliothecaris van de Bibliotheca Palatina in Heidelberg, die hij in twee decennia uitbouwde tot een unieke verzameling boeken en handschriften. Na de inname van Heidelberg door Johan van Tilly werd Gruterus verbannen. Sinds 1623 maakt de toenmaals beroemde Paltsbibliotheek deel uit van de Bibliotheca Vaticana in Rome. [HK]




Nicolaas Heinsius (1620-1681), Neolatijns dichter en filoloog. Hij was een zoon van Daniel Heinsius, bibliothecaris van de Universiteit in Leiden. Na de Nederlandse filoloog Issac Vossius was Nicolaas Heinsius vanaf circa 1650 enkele jaren in dienst als bibliothecaris van koningin Christina van Zweden in Stockholm en schafte hij talrijke handschriften vooral uit Italië aan voor de koninklijke bibliotheek. Dr.F.F.Blok wijdde een uitvoerige monografie aan:
‘Nicolaas Heinsius in dienst van Christina van Zweden’. Delft, 1949. [HK]


Sake Helder (1925-1983) dichter. Van 1955 tot 1960 als bibliotheekmedewerker verbonden aan de Technische Hogeschool Delft. Vervolgens tot zijn overlijden directeur van de openbare bibliotheek Haarlemmermeer. [HK]

Cornelis Honigh (Koog aan de Zaan, 29-10-1845 – Zwolle, 4-4-1896)
Honigh heeft zich door zelfstudie opgewerkt tot leraar Nederlands en Duits aan de HBS, na zijn komst uitgebreid met de Rijkslandbouwschool te Wageningen en werd parttime bibliothecaris. Publiceerde twee dichtbundels: Mijn lente (1871) Zijn zoontje Christiaan overleed, nog geen vier jaar oud. Om die reden volgt een dichtbundel onder de titel Geen Zomer (Haarlem 1880). In zijn Wageningse periode verschenen van zijn hand enkele boekjes voor kinderen en verschillende bloemlezingen uit de Nederlandse letterkunde, zoals Van eigen bodem. Leerboek voor lagere en middelbare scholen (Amsterdam 1883), samen met G.J. Vos, en de zesdelige Bloemlezing uit de Nederlandsche Letteren (Groningen 1892-1896), een voltooiing van het werk van G. Penon. Tijdens een studie Zweeds en Noors maakte hij een reis door Scandinavië. Het resulteerde onder meer in de tweedelige Door Noorwegen, Reisschetsen (Groningen 1886-1887). Honigh vertaalde ook uit het Engels, Noors, Zweeds en Frans. Potgieter haalde hem in 1881 naar De Gids, waar hij van 1881 tot 1892 maakte hij deel uit van de redactie. Hij schreef in een groot aantal bladen, zoals Eigen Haard en de Katholieke Illustratie. Honigh was lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en het Provinciaal Utrechts Genootschap. In 1891 verscheen opnieuw van zijn hand een bibliotheekcatalogus van de Rijkslandbouwschool. Dit keer fraai goud-op-snee uitgegeven. De bibliotheek omvatte inmiddels 5.956 titels. Na bijna 23 jaar in Wageningen werkzaam te zijn geweest verliet Honigh in augustus 1895 de landbouwstad om per 1 september 1895 directeur te worden van de Rijks-HBS te Zwolle -– als opvolger van W.A. Elberts. Deze functie zou hij niet lang bekleden. Zijn einde kwam onverwacht. Op vrijdag 3 april 1896 had zijn echtgenote tijdens een wandeling in de buurt van het Katerveer een broche verloren. De volgende dag klom Honigh op zijn vélocipède om in de buurt navraag te doen en te zoeken. Daarbij is hij tijdens het afdalen van een heuvel vermoedelijk de macht over het stuur kwijt geraakt, in een vijver terechtgekomen en verdronken. Eerst de volgende dag werd hij gevonden. Z’n horloge was op kwart over twaalf blijven staan. Op 8 april werd hij te Wageningen begraven bij zijn zoontje Christiaan op de begraafplaats aan de Arnhemseweg. (Bron: Biografisch Woordenboek Gelderland)
Hij bewerkte Duitse, Engelse en Scandinavische gedichten en hij maakte versjes bij de prentenboekjes van Kate Greenaway. Kijkjes in ’t Rond (1881), Nieuwe kijkjes in ’t rond (1882), en Laatste kijkjes in’t Rond (1883). Hij heeft de Engelse versjes niet vertaald, maar eigen, geheel nieuwe versjes bij de plaatjes gemaakt.
(Met dank aan Gees Bartels)

Willem Sjoerd Huberts (1953), debuteerde als dichter in 1976 met de bundel 'Gebit zonder tanden'. Na werkzaam te zijn geweest als literair onderzoeker werd hij in 2000 directeur van de bibliotheek Nijmegen.



Wilhelmus Jacobus Arnoldus de Witt Huberts (1829-1909) auteur van o.a. novellen, schetsen en levensberichten. In 1860 benoemd tot gemeentebibliothecaris en –archivaris van Zutphen. Van 1867 tot 1874 bekleedde hij naast zijn functie als directeur van de H.B.S. in Zwolle eveneens de betrekking van gemeentearchivaris aldaar. [HK]

Franciscus Junius (1589-1677), bijgenaamd de Jongere. Nederlands filoloog en dichter. In 1620 benoemd als bibliothecaris bij Thomas Howard, graaf van Arundel in Oxford, tot circa. 1640. Anthonie van Dijck vervaardigde omstreeks 1639 een schilderij met de graaf en gravin van Arundel met hun bibliothecaris Franciscus Junius rond een wereldbol. Zijn handschriften liet hij aan de Bodleian Library te Oxford. [HK]



Frans Kellendonk (1951-1990) was een Nederlands schrijver en vertaler. Met zijn debuut ‘Bouwval’ maakte hij direct naam. Kort daarop werd hij hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Revisor. ‘Mystiek lichaam’ wordt door velen als zijn beste roman gezien. Begin jaren ’80 werkte Kellendonk in de universiteitsbibliotheek Leiden. Over deze periode gaat de sleutelroman: ‘Letter en geest: een spookverhaal’ waarbij ex-collega’s duidelijk herkenbaar zijn neergezet.




Mathias Kemp (1894-1964). Dichter [broer van Pierre Kemp]. Van 1914 – 1920 bibliothecaris van een katholieke bibliotheek.
Op 7 augustus 1916 werd de Roomsch Katholieke Openbare Leeszaal en Bibliotheek te Maastricht opgericht, in samenwerking met de toen als bestaande Pius-bibliotheek. In november 1917 had de officiële opening plaats en als eerste directeur werd op een weekloon van ƒ 10,- Mathias Kemp aangesteld. Bij de verhuizing van de Kapoenstraat 8 naar de Leo-stichting in de Bredestraat nam Kemp ontslag als directeur van de Leeszaal om zich tot 1920 geheel aan de Pius-bibliotheek te wijden, die zich voortaan enkel wijdde aan de uitlening van romans en ontspanningsboeken. [HK]



Jan Kooistra (1938-1992) dichter. Na zijn schooljaren kwam hij als administratief medewerker in dienst van de penitentiaire inrichting Dr.S. van Mesdagkliniek te Groningen, in welke functie hij tevens de gevangenisbibliotheek beheerde – tot zijn benoeming als ambtenaar in de gemeente Leek. [HK]


Marie Koopmans (1888-1979) geboren als dochter van een invloedrijk ondernemer, woonde ze tot 1920 in Tubbergen. In Laren was ze enige tijd directrice van een katholieke bibliotheek. Ze schreef streekromans in het Twents en romans in het Nederlands. Ze was een groot kenner van het Twentse volksleven en de Twentse taal en publiceerde daarover in diverse tijdschriften en kranten artikelen. In al haar werken getuigt ze van het katholieke leven.




David Jacob van Lennep (1774-1853) classicus, letterkundige, hoogleraar. Van 1817 tot 1851 bibliothecaris van de Koninklijke Academie van Wetenschappen en van 1820 tot 1838 bibliothecaris van de Stedelijke Bibliotheek (Athenaeum Illustre) in Amsterdam. [HK]







Gerrit van Lennep (1774-1834) schrijver en dichter. Onder koning Lodewijk Napoleon als onderbibliothecaris bij de Koninklijke Bibliotheek benoemd. Het personeelsbestand omvatte 6 personen van wie C.S.Flament hoofdbibliothecaris was en per kwartaal ƒ 125,- verdiende. G. van Lennep verdiende als ‘premier sous bibliothécaire’ ƒ 100,- per trimester.
In 1810 is hij tot rechter van instructie in Almelo benoemd. [HK]

Marja pseudoniem van Arend Theodoor Mooij (1917-1964) dichter.
In 1948 aangenomen als sociaal ambtenaar bij de Huizen van Bewaring. Zijn belangrijkste opdracht was het inrichten van ongeveer vijftig gevangenisbibliotheken. Al in 1950 ontving hij een nieuwe baan als directeur van het Haagse consultatiebureau voor alcoholisme. Uit een artikel voor ‘Het Vaderland’ in februari ‘Het boek in de bajes’ blijkt dat Marja aan de gevangenisbibliotheek een heilzame werking toekent en blikt hij terug op zijn kortstondige periode als gevangenisbibliothecaris. [HK]



Jaap Meijer (1912-1993) (literair) historicus, tevens dichter onder pseudoniem Saul van Messel. Hij was van 1947 tot 1952 bibliothecaris van de bibliotheek van het Portugees-Israëlitische Seminarium Ets Haim in Amsterdam. Zijn werkzaamheden zijn beschreven in de dubbelbiografie van Evelien Gans: Jaap en Ischa Meijer; een joodse geschiedenis 1912-1956. Amsterdam, 2008. [HK]







Jan Nowee (1901-1958) kinderboekenschrijver. Was schoolhoofd van de Paulusschool in Den Haag. Eind jaren dertig werkte hij als vrijwilliger bij de r.k. Vincentius-leesbibliotheek.
Daar vroegen jongens om indianen- en cowboyboeken. Omdat deze buiten Karl May vrijwel niet aanwezig waren begon hij deze zelf te schrijven, zoals de populaire Arendsoog-boeken, welke reeks later is voortgezet door zijn zoon Paul Nowee (1935-1993). In 1944 diende Jan Nowee zijn ontslag in als tweede bibliothecaris en is hij opgevolgd door de heer Smit bij het filiaal Rustenburg aan de Escamplaan.
[Bron: Een kort historisch overzicht van 143 jaar liefdewerk leesbibliotheken onder bestuur van de Vincentiusvereniging ’s-Gravenhage, 1966, blz. 56]. [HK]

Johannes Hendricus van der Palm (1763-1840) letterkundige, predikant hoogleraar. In 1789 (tot 1796) aangesteld als secretaris-bibliothecaris bij mr. J.A.van de Perre in Middelburg. [HK]








Karel van het Reve (1921-1999) slavist, hoogleraar en schrijver [broer van Gerard van het Reve]. Hij was van 1948 tot 1957 bibliothecaris op het Rusland Instituut van de Universiteit van Amsterdam. [HK]








Jacobus Revius (1586-1658) eigenlijk Jacob Reefsen geheten. Dichter, predikant en historicus. In 1618 door het stadsbestuur benoemd “om opsicht op die Bibliothecq in den Fraterhuyze alhier te hebben.” Tijdens zijn bibliothecariaat kreeg de stadsbibliotheek in 1630 tevens de functie van atheneumbibliotheek. Revius vervulde zijn bibliotheektaken tot 1641 toen hij naar Leiden vertrok. [HK]



Annie M.G. Schmidt (1911-1995) groeide op als dochter van een dominee in Kapelle. Ze werkte aanvankelijk als bibliothecaris in Amsterdam en Vlissingen. Na de WO II werkte ze bij het Parool. Als schrijfster van verzen, liedjes, boeken, toneelstukken, musicals en radio- en televisiedrama had ze een ongekend succes en heeft ze een onuitwisbare indruk gemaakt op de naoorlogse generaties.




Doeke Sijens (1955), redacteur van het Friese letterkundige tijdschrift Trotwear debuteerde in 1998 met zijn verhalenbundel 'Nei it lân fan palmerûzjen'. Sijens is schrijver van verhalen, essays en biografiën ondermeer van Rein Brolsma en een schets van Josef Cohen. Met Coen Peppelenbos schreef hij twee romans. Doeke is werkzaam in de bibliotheek Groningen.






Wilfred Smit (1933-1972) dichter en slavist. Vanaf oktober 1965 tot 1969 als bibliothecaris, o.a. belast met titelbeschrijving, werkzaam bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam.








Antoon Thiry (1888-1954) romanschrijver. Ofschoon Vlaams letterkundige, geboren in Leuven en overleden te Antwerpen, hier toch vermeld omdat hij als bibliothecaris werkte in Nederland. Als activist binnen de Vlaamse beweging verliet hij na de Duitse capitulatie in 1918 met Felix Timmermans het stadje Lier om in Nederland asiel aan te vragen. Op 16 juni 1921 trad hij in dienst van de zopas opgerichte openbare bibliotheek te Tiel. Daar brengt hij de bibliotheek aan de St.Agnietenstraat tot bloei. Eind 1930 kondigde hij tot spijt van het bibliotheekbestuur zijn ontslag aan om na amnestie te hebben verkregen naar Vlaanderen terug te keren.


Willem de Vreese[Een andere Vlaming, geleerde en bibliothecaris, die in 1918 naar Nederland uitweek was professor Willem de Vreese (1869-1938), die sinds 1912 hoofdbibliothecaris was van de UB-Gent. In België werd hij op beschuldiging van hoogverraad ter dood veroordeeld. Van 1919 tot 1934 werkte hij als directeur van de gemeentebibliotheek Rotterdam, die een rijke Erasmus-collectie vooral aan hem te danken heeft. De Vreese, expert op de gebieden van Middelnederlandse handschriften en incunabelen, was samensteller van het documentatie-apparaat ‘Bibliotheca Neerlandica Manuscripta’ dat zich tegenwoordig in de UB van Leiden bevindt]. [HK]


Arnold Weremeus Buning (1846-1933) letterkundige. In 1877 benoemd tor directeur van de modelkamer van Marine en bibliothecaris bij het departement van Marine te Den Haag. Tot 1883, in welke periode hij met zijn gezondheid tobde en zich vooral aan zijn letterkundig werk wijdde. [HK]

Berend Wineke (geboren 1935). Dichter en prozaschrijver. Was begin jaren 70 van de vorige eeuw directeur van de openbare bibliotheek Hilversum, in welke periode hij vanwege zijn drastisch saneringsbeleid in aanvaring kwam met de Hilversum woonachtige uitgever-publicist Martin Ros. [HK]

Kees Winkler (1927-2004) dichter. Hij studeerde medicijnen. Kort voor zijn artsexamen kwam hij in een schizoïde psychose terecht. Op voorspraak van zijn hoogleraar kreeg jij een functie als bibliothecaris op het Herseninstituut van Amsterdam en bleef daar in dienst tot zijn vut in 1987. Herinnerend aan zijn werk schreef hij aan het eind van zijn leven het volgende vers:
TOEKOMSTBEELD
De vergrijsde bibliothecaris
liet zijn blik weiden langs de planken
en hij pakte er een boekje uit
wat hij zelf geschreven had.

Hoofdschuddend om zijn overmoed van vroeger
herkende hij zichzelf als een vergeten dichter
en hij wist dat dichters vergeten worden
als hun werk niet best is.

Maar om in de herfst van zijn leven
te erkennen dat hij gefaald had
dat was teveel voor de grijze man
en hij zette het boek weer terug’.

Gerard Zerbolt van Zutphen (1367-1398) schrijver van spirituele
geschriften.
Pleitte in zijn traktaat ‘Over Dietse boeken en gebeden in de volkstaal’ (1398) voor de Bijbel in de landstaal. Hij was lid van de Broeders van het Gemene Leven in het gevolg van Geert Groote en werkte na 1384 als bibliothecaris en kopiist in het Heer-Florenshuis van Floris Radewijns in Deventer. Overleed pas 31 jaar oud in Windesheim, vermoedelijk ten gevolge van een plotselinge pestaanval. In 1936 verscheen een uitvoerige publicatie van dr.J.van Rooij, O.Carm.: Gerard Zerbolt van Zutphen. Leven en geschriften. [HK]

maandag 14 februari 2011

Jan Emiel Daele (1942-1978)

Op Valentijnsdag 1978 schoot schrijver Jan Emiel Daele, 35 jaar oud, zijn slapende vrouw Digne van Cappellen met vijf kogels dood. Vervolgens sloeg hij aan de hand aan zichzelf. Zijn drijfveer was jaloezie. Uit brieven bleek dat hij al langer zelfmoord overwoog en dat hij zijn vrouw verdacht een verhouding te hebben met een vriend.
De Gentse Jan Emiel behoorde tot de angry young man in de jaren ’60 van de Vlaams literaire wereld. Hij schreef erotische en avant-gardistische boeken en gaf eenmanstijdschriften waar hij zelf de stuwende kracht van was. Met het tijdschrift daele (met kleine letter geschreven in navolging van zijn vriend Julien Weverberg) kwam het in 1967 tot een heuse rel. In een stukje getiteld ‘Penisgroet’ stelde Daele’s vriend en schrijver Herman J. Claeys voor om het elkaar ‘de hand schudden’ te vervangen door elkaar in het kruis te grijpen. Een puberale gedachte die waarschijnlijk onopgemerkt zou zijn gebleven als niet op een vroege morgen vier rechercheurs zijn huis binnenvielen en alles rondom het tijdschrift in beslag namen. Dat paste in het straatje van Jan Emiel van Daele en er wordt gesuggereerd dat hij zelf de hand hierin had door een anonieme klacht in te dienen. In de schrijverswereld nam men afstand van de inhoud maar was men vrij eensluidend dat dit publiceren viel onder het recht op vrije meningsuiting.
Jan Emiel van Daele is begraven op een van de mooiste kerkhoven in Europa het Campo Santo in Gent genoemd naar het gelijknamige kerkhof in Rome. De begraafplaats ligt bij een heuvel waar Sint Amandus zou hebben gepredikt. Op deze laatste rustplaats ligt Jan Emiel naast vele bekende personen uit het Vlaamse leven.
De boeken van Jan Emiel van Daele zijn nog steeds te leen in openbare bibliotheek.