donderdag 16 juni 2011

Wie was D. Coene

D. Coene is een Amsterdamse uitgever die begin 20e eeuw een klein aantal boeken uitgaf. Op internet is er weinig aanvullends over hem te vinden. Er is iets ongerijmds aan deze uitgever. Zijn boeken zijn juweeltjes van versier- en boekbindkunst. Chris Lebeau, Wilhelmina Drupsteen en J.B. Heukelom die toch tot het crème de la crème van de kunstenaars uit die tijd behoorden, werkten mee aan zijn boeken. Zijn auteurs daarentegen krijgen (bijzonder) slechte kritieken. In het tijdschrijft De Boekenschouw, 6e jaargang 1912-1913, krijgt Antoine Barkeij, de schrijver van ‘Het onzichtbare’ er van langs met de volgende kritiek: “Eerlijk gezegd, ik begrijp het boek niet ! Het is duidelijk genoeg dat de schrijver iets hekelt : maar wat, waarom . , . enz.? Inhoud : een scheikundige ontdekt een stof, die voor eenigen tijd het individu, dat haar inneemt, onzichtbaar maakt. De Chemicus sterft ... zijn praeparaat wordt onbewust gebruikt door een dominee die daarna voor de oogen zijner hoorders voor een poos verdwijnt, ofschoon men zijn stem blijft hooren. Eveneens gaat het met den burgemeester. Het volk roept „mirakel" enz. Nog eens, ik begrijp de bedoeling niet ; maar zooals het boek er ligt zal het niemand hinderen, en waarschijnlijk ook niemand vermaken. A. GIELEN.
Ook Theo Thijssen kraakt een schrijver uit Coene's fonds, G. van der Hoeven, auteur van onder meer het Bloemenkindje:
“Als dit boek in de bibliotheek was, zouden de kinderen het noemen: het malle stippeltjes boek. Het is een ‘modern sprookje.’ Dreunend dondergekraak breekt knetterend en hol rommelend los, boven het naargeestige, sombere woud ... Hu! ... een felle lichtstraal! ... Krak-krak! krrràk!!! Bòmmm!!!! ... De helft van het verhaal bestaat uit stippeltjes. Ik onderstel, dat de auteur zulks doet, om den lezer na elk mal gedeelte gelegenheid te geven tot uit-lachen. ‘Telkens nog flikkert het weerlicht ... Rommelend en bommelend sterft weg de zware donder .... (twee regels stippels.) Soms staat midden tusschen de stippels, een niet-modern zinnetje, dat dan bijzonder raar doet:
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Onweer en stortregen namen in kracht toe
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Heusch, 'n goed mensch, die G.v.D. Hoeven, maar hij of zij had niet ‘modern’ moeten doen. THIJSSEN.”


Ook August Heyting een andere schrijver van Coene die politieke geschriften en gedichten schreef, wordt door Joris Eijnatten in een Bilderdijk studie gekarakteriseerd als een ‘mislukte, rechts-nationalistische literator’.

Ja met de inhoud van Coene’s fonds lijkt het goed mis te zijn maar de verpakking is des te beter. Twee boeken uit dit kleine fonds zijn in het Geheugen van Nederland opgenomen, het boek 't Poëetje in blank perkament met goud bestempeld en het sprookje Sneeuwwitje prachtig geïllustreerd met Art Nouveau tekeningen van Wilhelmina Drupsteen. Op het Duitse ebay is een reclame etiket te vinden van D. Coene uit de Nicolaas Beetstraat 128. In de 19e eeuw was het niet ongewoon dat boekbinders een klein papieren etiketje in een der onderhoeken van het voor- of achterplat van een boek plakten. Het dook op in de jaren 1840 tot omstreeks 1890. Daarna is het uit de mode en houdt een enkele boekbinder zich aan deze traditie. Misschien was Coene een boekbinder met contacten in de kunstenaarswereld die met een slechte neus voor schrijverstalent, zich begaf op het uitgeverspad. Hoe het ook zij, Coene blijft intrigeren.

Fonds D. Coene:
De wonderwereld : sprookjesboek
Dähnhardt, Oskar / Coene / 1908

Bloemenkindje : sprookje van goed en kwaad Hoeven, G. van der / Coene / 1906 met tekeningen D. Coene en bandontwerp J.B. van Heukelom.

De groenenkanker aan de universiteiten : een nationaal gevaar : een woord ter bestrijding en genezing
Heyting, A.T.A. / Coene / 1910

Poëetje : de gang van een menschenziel
Hack, Jeanne / Coene / 1907

Liederen en hymnen
Heyting, August / Coene / 1914 Bandontwerp Chris Lebeau

Van dood en leven
Heyting, August / Coene / 1920 Bandontwerp Chris Lebeau

De reien van Vondel : met talrijke esthetische aanteekeningen
Vondel / Coene / 1910 Bandontwerp Chris Lebeau

"'t Partijgedoe" : gematigd onverschillig beschouwd
Ravesteyn, Henk / Coene / 1909

Sneeuwwitje Hoeven,
G. van der Hoeven / D. Coene / 1906 Bandontwerp en tekeningen door W.C. Drupsteen

ABC voor mijne kleinen
Hildebrandt, Marie / D. Coene / 1909

Hollandsch strand
Heukelom, J.B. / D. Coene / 1908

Asschepoester
Hoeven, G. van der / D. Coene & Co. / 1907

Het onzichtbare
Antoine Barkeij / D. Coene / 1912

Diverse Jaarkalenders met tekeningen van Chris Lebeau

zondag 5 juni 2011

Betty MacDonald (1908-1958)

Soms delf je een vergeten boek op. Ditmaal het boek ‘Iedereen kan alles’ van Betty MacDonald (1908-1958). Op Marktplaats werd het aangeprezen tegen een schappelijke prijs. Het boek is in 1951 uitgegeven door P.N. van Kampen, vertaald door Lex Gans en versierd met tekeningen van Fiep Westendorp. Ik was al langer op zoek naar deze titel omdat ik vermoedde dat de oorspronkelijke pentekening uit het boek in mijn bezit is. Ik wilde dit graag bevestigd zien en probeerde het boek te lenen in een bibliotheek maar onze nationale catalogus Picarta en zelfs de grootste bibliotheekcatalogus ter wereld Worldcat gaven voor het lenen van de Nederlandse uitgave niet thuis.

Het boek, keurig verpakt werd door de post bezorgd. Elk van de 17 hoofdstukken opent met een tekening van Fiep Westendorp in de haar karakteristieke stijl, kinderen met wipneusjes, bolle wangetjes en koddige beentjes, oudere dames met benen als luciferstokjes die beschikken over een zekere kwiekheid. Pas bij hoofdstuk 17 vond ik ‘mijn’ tekening in het boek. Het gaf me een wonderlijk gevoel.


Wie was Betty MacDonald? Betty’s was de dochter van de mijnbouwkundig ingenieur Bard die overleed toen Betty 13 jaar was. Ze woonde een groot deel van haar leven in Seattle. Betty was de op een na oudste uit een gezin van 5. Haar oudere zus Mary was de ideeënrijke motor die met haar overwicht op kinderen, Betty wist over te halen tot soms (heel) gevaarlijke spelletjes.
Betty trouwde op 20 jarige leeftijd met de 13 jaar oudere Robert Heskett die na zijn gevechten aan het front in WO I, leed aan een posttraumatische stress stoornis. Heskett mishandelde haar en dreigde haar te verminken of in brand te steken. Samen met haar 2 jonge dochtertjes vluchtte ze bij hem weg, een onzekere toekomst tegemoet tijdens het hoogtepunt van de Depressie. Ze werd opgevangen in het liefdevolle gezin van haar moeder. Zus Mary (links op foto, rechts Betty) was inventief, beschikte over een uitgebreid sociaal netwerk en wist niet alleen haar familieleden maar ook haar vrienden aan werk te helpen. Mary bezat de gave om mensen te overtuigen en haar motto was ‘iedereen kan alles’ dat glod ook voor de verlegen Betty die geen kantoorervaring had. Ze wisselde bijna om de paar weken van werk en pakte van alles aan. Ondanks de armoede die er werd geleden stond haar ouderlijk huis open voor vrienden en kennissen die bleven eten, piano speelden, zongen en literair werk bespraken.
Betty trouwt tijdens de oorlog met Donald MacDonald. In 1945 krijgt ze een telefoontje van zus Mary die haar voor het blok zet door een afspraak te maken met een uitgever en Betty dwingt om te gaan schrijven. Al haar romans zijn autobiografisch, met vaart geschreven, humoristisch van toon. Haar eerste roman ‘The egg and I’ die over haar harde leven op de kippenfarm gaat, is een succes en een 1 miljoen exemplaren worden in een jaar tijd verkocht. De volgende roman is ‘Iedereen kan alles’ en gaat over haar ervaringen op de arbeidsmarkt. Ze schreef ook kinderboeken die populair werden zoals de Mrs Piggle-Wiggle boeken die onder meer door Maurice Sendak werden geïllustreerd. In 1958 overleed Betty op jonge leeftijd aan longkanker.
Haar zus Mary trouwde een Deense dokter en ging vervolgens ook schrijven want inderdaad ‘zij kon alles’.
Als schrijver lijkt Betty nog steeds geliefd, artikelen worden over haar geschreven en er is zelfs een fan site aan haar gewijd.

zaterdag 21 mei 2011

Annie M.G. Schmidt (1911-1995)

Het is honderd jaar geleden dat Annie M.G. Schmidt geboren is aan de Kerkring in Kapelle in het huis waar nu al bijna vijftig jaar de woninginrichting van Bas+Mar de Jager met klassieke design meubelen is gevestigd. Op de eerste verdieping van de oude pastorie heeft, volgens zeggen, Annie M.G. Schmidt in een ruit het woord LUL gekrast. Hiervoor was in het huis van de dominee moed of anders wel woede en frustratie nodig, om dit te doen. Annie had niet zoveel op met het strakke en saaie Kapelle uit die dagen. Ze ging na de lagere school naar de Rijks HBS in Goes. In de PZC is haar naam terug te vinden in de overzichten bij de overgang naar een andere klas. Na de HBS heeft ze nog een tijdje rechten gestudeerd omdat ze in het notariaat wilde maar uiteindelijk koos ze voor het vak van bibliothecaris. Ze werd bibliothecaris in de kinderleeszaal te Amsterdam en vervolgens directrice van de Vlissingse leeszaal te worden. Na de oorlog werkte ze bij de krant niet als journalist maar eerst als documentaliste, het meest saaie deel van het bibliotheekvak in haar optiek. Bij het bedrijfscabaret bij het Parool viel ze op door haar teksten en spoedig toonden Wim Sonneveld en Wim Kan interesse. Ze was veelzijdig, schreef gedichten, kinderboeken, musicals, cabaretteksten en hoorspelen. Er wordt gezegd dat Annie Schmidt weinig op had met Zeeland. In de Provinciale Zeeuwse Courant van 1952 staat een verslag van een optreden dat ze zelf een conference noemt. Dit valt erg in de smaak bij het publiek. Het lijkt wederzijds te zijn. In een interview in datzelfde jaar laat ze weten dat wanneer ze in Amsterdam een Zeeuwse kap ziet, ze de onbedwingbare lust heeft om de vrouw toe te spreken in Zeeuws dialect. Is dit alles gespeeld?
Annie Schmidt werkte samen met mensen met grote talenten die haar werk een extra glans gaven, zoals de tekeningen van Fiep Westendorp, de prachtige liedjes en melodieën van Harry Bannink en de uitvoeringen van Conny Stuart.

donderdag 28 april 2011

Voorschot op voorschot

Lang, heel lang geleden toen de Neanderthalers nog mensen waren, fietste ik met vriendin Gerda bijna dagelijks van mijn kamer in het centrum van Amsterdam via de Singel naar Amsterdam Zuid. Tijdens één van die ritten ontdekte ik op een stille herfstnacht voor de uitgeverij van Kampen een afvalcontainer boordevol puin, houten balken, planken en gruis. Uit nieuwsgierigheid keek ik in de container. Onder de brokken kalk, steengruis en uithardende stukken specie vond ik bundeltjes gevouwen bruin pakpapier. In het spaarzame licht van een naburige lantaarn was met moeite te lezen: Felix Timmermans. Het waren bundels met correspondentie tussen van Kampen en een auteur. Van Kampen verbouwde niet alleen maar ruimde ook zijn archief op.
Zolang de verbouwing duurde, keek ik bijna iedere avond in de container. Buurtbewoners dumpten in de bak hun eigen afval met etensresten, soms regende het en was alles vuil en nat maar dat weerhield me niet. Meestal ving ik bot maar soms zat er iets moois tussen zoals brieven van Willem Elsschot, Gerard Walschap en P.C. Boutens of oude Jugendstil bandontwerpen van boeken van Henri Borel en Augusta de Wit maar ook voor zover na te gaan onuitgegeven delen manuscript. Waarschijnlijk heb ik maar een klein deel kunnen bemachtigen, de zware balken met de grote brokken puin waren vaak een te groot obstakel om alles te kunnen afgraven. Op een keer terwijl ik bovenin de container aan stenen stond te rukken, werd ik gevangen in het felle schijnwerperlicht van een rondvaartboot en legde de gids aan de passagiers uit dat ik een Damslaper was die naar eten zocht. Dit werd in het Duits en Engels herhaald. Ik voelde me enorm betrapt. Later kreeg ik zelfs een concurrent in de container, een man met een Sherlock Holms hoed met voor- en achterklep en een tweed cape om de schouders. Beiden zaten we in de smurrie en tussen de brokstukken te wroeten zonder ooit met elkaar te spreken of elkaar zelfs maar te begroeten. Niet lang na de gebeurtenis met de rondvaartboot was de verbouwing ten einde want de container heb ik niet meer teruggezien.

Anders dan je misschien zou verwachten gaat de correspondentie niet over wonderschone zinnen of hooggestemde gedachten maar vooral over geld. Remco Campert (1929) vraagt in deze charmante brief om een ‘voorschot op een voorschot’.




Remco Campert
p/a Borgers
Meentweg 74
Bussum

Geachte heer van Kampen,

Hierbij doe ik u toekomen een gedeelte van mijn Veulen : voorpoten, kop en hals. Ik hoop u de rest spoedig te kunnen zenden. Als het u bevalt althans. Een goede titel is moeilijk te verzinnen. Ik heb gedacht aan : “Hij werd een Ding”of “De verschrikkelijke verandering van Albert Oster” of “Geen Vlees en geen Vis”, of “De Wekker die Albert heette” etc. Het is moeilijk. Misschien kunt u hier iets uit kiezen. En anders verzin ik nog wel een nieuwe, maar lastig blijft het.
Ik zou u bovendien willen verzoeken, met het weinige beetje brutaliteit, dat er in mij is, de mogelijkheid te willen overwegen mij een voorschot op mijn voorschot te zenden, waarvan de grootte of kleinte geheel van u af hangt. En dan het liefst voor 30 mei : ik verkeer nl. in een financiële put, die zeer diep is. Als het onmogelijk is, begrijp ik dat zeer goed, maar als het wel mogelijk is, zou ik mijn plezier, om zo te zeggen, niet op kunnen. Ik hoop, dat wat ik u nu zend, u bevalt.

Met vriendelijke groet en hoogachting

Uw Remco Campert



Remco Campert was niet de enige met geldnood. Albert van Waasdijk (1879-1943), ambtenaar op de secretarie van de gemeente Rotterdam schreef toneelstukken, vetellingen en kritieken en publiceerde de roman ‘De gele koffer’ die bij van Kampen werd uitegeven.
J.W.F. Werumeus Buning (1891-1958) was kunstredacteur bij de Telegraaf en schreef gedichten en vertaalde boeken.

Rotterdam 10 januari 1938.
Aan P.N. van Kampen & Zoon N.V.
Singel 330 Amsterdam c.

Hooggeachte heer van Kampen,

Een onvoorzien omstandigheid noodzaakt mij binnen korten termijn, een bedrag te fourneren, dat ik echter op dit moment niet in zijn geheel bijeen kan brengen, zonder in moeilijkheden te komen. Daarom zou ik u willen verzoeken of er bij u overwegend bezwaar bestaat mij het honorarium voor “De Gele Koffer” reeds nu uit te betalen. Het spijt mij zeer dat ik u dit verzoek moet doen en u moge er zich van overtuigd houden, dat ik het zeker niet euvel zal duiden, wanneer u zich aan de gemaakte overeenkomst wenscht te houden. Doch wellicht is inwilliging van mijn verzoek tot u geen overwegend bezwaar, hetgeen dan ook de overweging is welke mij tot mijn verzoek heeft geleid.

Uw geacht bericht gaarne tegemoet ziend,

Hoogachtend,
Albert van Waasdijk

Waarde Heeren v. Kampen,

Zoudt u mij uit een dringende geldverlegenheid kunnen helpen door mij nogmaals f. 50 voor te schieten op toekomstige honoraria van de Gids. Er komen dezen winter een paar artikelen, en u zoudt mij zeer verplichten. Daar ik deze dagen zeer ongeregeld op de krant ben zoudt u wellicht den brenger dezes het geld of antwoord meegeven.

In haast
Vr. groeten
JWF Werumeus Buning

De werken van Albert van Waasdijk zijn niet meer in Overijsselse bibliotheken voorhanden. Wel kunnen boeken van hem worden aangevraagd via uw eigen bibliotheek. In Worldcat is een overzicht te vinden van wat bibliotheken van Albert van Waasdijk bezitten.

In het boek 'Verhalen rond 1900' samengesteld door Wim Zaal is een verhaal opgenomen van Albert van Waasdijk getiteld: 'De meneer van de derde verdieping'


Boeken van bovengenoemde schrijvers kunnen worden aangevraagd via de bibliotheek.

dinsdag 19 april 2011

Ik Jan Cremer

Alsof een grote steen in een stille vijver was gegooid, zo was de entree van Jan Cremer in de literaire wereld. Tijdens het boekenbal in februari 1964 presenteerde hij zich geheel op eigen wijze. Een door Geert Lubberhuizen ingehuurde groep mannen stormt het schrijversbal binnen en gooit links en rechts het boek ‘Ik Jan Cremer’ naar de gasten. Hoewel er nog geen boek verkocht was, stond linksboven op de cover al de toekomstige status: een onverbiddelijke bestseller. De omslag door Cremer zelf ontworpen, baarde opzien. De auteur zit schrijlings op een Harley, kijkt wat pips in de lens maar ziet er zeker voor die dagen perfect gestyled uit, niet de obligate Terlenkabroek met colbert en stropdas maar een spijkerpak en boven de klep van de pet een stoere motorbril.
Als een publicitaire stoomwals dendert Jan Cremer door het vaderlandse literaire wereldje en verandert dit voorgoed. Niets laat hij aan het toeval over, een zorgvuldig geplande reclamecampagne rond hemzelf, het fenomeen IK JAN CREMER ontvouwt zich. Samen met anderen stuurt hij ingezonden brieven naar het Parool om te getuigen hoe walgelijk en verderfelijk het boek van Jan Cremer was. Het credo is hoe slechter erover je wordt geschreven, des te meer publiciteit en des te meer honger krijgt het publiek naar je boek. In tegenwoordige termen: geniaal bedacht. Het boek verkoopt zo goed dat het in 2008 een 52e druk beleeft. Maar Jan ging door met het werken aan zijn imago en het zoeken van publiciteit, hij bracht een single uit met nummers van John Lee Hooker, reed in een rose Rolls Royce in Londen, zocht contact met de Beatles, arrangeerde ontmoetingen met Jayne Mansfield en met Christa Päffgen meer bekend als Nico van de Velvet Underground en bij dit alles spinde Jan financieel en publicitair garen.
In 1966 schreef Arnold Denis het boek ‘Hij, Jan Cremer’. Achter het pseudoniem zit de vrouw van een voormalige werkgever van Jan Cremer die een vlotte pen heeft en een ontnuchterend boekje open doet over het fenomeen Jan Cremer.

Een van de nieuwkomers die meende in de letterkundige en publicitaire voetstappen van Jan Cremer te kunnen treden, was Lagor Waard. Hij was Haags, fantast en volgens eigen zeggen promotor en zakenman, hij runde een jazz sociëteit en de band The Kicks, wist optredens te organiseren met The Hollies, Dave Berry, Johnny the Selfkicker, Bart Hughes en Simon Vinkenoog. Maar Lagor wilde meer, hij lanceerde het idee van een volksbingo, exposeerde een levende zeemeermin en introduceerde de Miss verkiezingen in Scheveningen. Als Haags fenomeen en provo stuurde hij in 1965 een brief naar het Amsterdams bestuur waarin hij aanbood om voor 100.000 duizend gulden de onlusten rondom provo, het hoofd te bieden wat voor de toenmalige burgemeester Hall aanleiding was om de anti-rook-magiër Robert Jasper Grootveld die zich tijdens de behandeling van de brief in de gemeenteraad, provocerend (zeg maar treiterend) gedroeg, toe te bijten: “Hou je bek” en een rel was geboren. Zo haalde Lagor Waard de landelijke pers want voor de uitgave van zijn boek ‘lagor waard, amen’ (una buena puya) dat in veel doet denken aan Jan Cremers eerste boek, was nauwelijks belangstelling terwijl volgens de auteur tussen hem en Shakespeare niets noemenswaardig heeft plaatsgevonden op literair gebied. In het voorwoord schreef Lagor Waard:
“IK LAGOR WAARD ben er de jongen niet naar om een boek bij elkaar te praten. Dat ik het toch doe is om de poen maar ook om jullie allemaal, van hoer tot minister en voor klootzak tot weet ik wat aan je trekken te laten komen. Maar dan zo dat je er allemaal wat van overhoudt, zo wil het de Porgel enz. enz. De toon is gezet, het boek verkoopt nauwelijks en vele jaren later duikt Lagor Waard op als ideeën-ontwikkelaar van het recreatiepark Lagorama, weer later als eigenaar van hotel Wassenaar met in het eerste jaar een verlies van zes ton om enige jaren nadien als directeur van het beleggingsfonds Albeco met de bijnaam ‘Diamanten Adje’ een groep beleggers op te lichten met ‘niet gekochte’ diamanten die hem uiteindelijk in de gevangenis doen belanden.
Zo kon het ook gaan. Geïnteresseerd in Lagor Waard? Zijn boek is volgens WorldCat te vinden in een beperkt aantal bibliotheken maar kan wel in iedere bibliotheek worden aangevraagd.

maandag 4 april 2011

Anamorfosen



Julian Beever is een Brits kunstenaar die met 3D tekeningen de aandacht trekt van de mensen op straat en van de media. In zijn krijttekeningen op straat wordt ‘diepte’ zo bedrieglijk echt gesuggereerd dat het lijkt alsof er in de stoep metro-ingang is aangelegd die je via een steile trap naar perrons leidt of dat hij zichzelf vastklampt aan een richel van een hoog huis terwijl Batman en Robin hem proberen te redden of dat er een levengrote fles Cola naast hem ligt. Moderne 3D techniek? Nee, de techniek is al eeuwen oud en gaat terug tot de Renaissance. In die tijd wilde men de realiteit zo dicht mogelijk benaderen en met het onder de knie krijgen van het perspectief ging men experimenteren. Van Leonardo da Vinci is een primitieve tekening bekend die als je met één oog met je hoofd dichtbij de tekening en er van opzij langs kijkt dan wordt de tekening teruggebracht tot normale verhoudingen en komt een kinderhoofdje te voorschijn. Waarschijnlijke is dit de eerste anamorfe tekening. Kunstenaars na DaVinci werden ware meesters in deze techniek en wisten met een spiegelende kegel of staaf uitgerekte tekeningen zo te weerspiegelen dat er optisch een driedimensionale voorstelling ontstond. Ideaal voor pornografische afbeeldingen maar ook in schilderijen brachten kunstenaars anamorfe details aan. De anamorfose raakte in de vergetelheid. Nog niet zo lang geleden wist een medewerker van de TU Delft een lading vreemd uitziende prenten uit een container te redden. Het ging om anamorfosen. In de Overijssel catalogus zijn er boeken met prachtige voorbeelden en beelden van deze unieke kunst.

vrijdag 1 april 2011

Boekenclub 'De Muiderkring'

Soms kom je eigenaardigheden tegen die moeilijk te rijmen zijn. Volgens Wikipedia is de boekenclub ‘De Muiderkring’ opgericht in 1948 door 5 uitgevers, de Amsterdamsche Boek- en Courantmaatschappij, van Kampen en Zoon, Leopold, Meulenhoff en Querido. Advertenties in kranten en een brief van Willem Elsschot (klik op afbeelding) lijken dit te bevestigen. De boekenclub was geen succes en na de uitgave van 5 boeken waaronder het boek 'Adriaan Brouwer' van Felix Timmermans, sterft het initiatief een stille dood.

In een interview met Hervormd Nederland (10-05-1986) van Trudy Telderman en Paul de Coninck vertelt auteur Max Dendermonde (1919-1986) dat er in 1941 of 1942 al een boekenclub “De Muiderkring” bestond: “.. ik ging naar Amsterdam en kwam bij de uitgeverij Querido terecht. Querido had een aantal joden in dienst genomen die niet meer hij de Arbeiderspers mochten werken. Die mensen gingen met boeken colporteren in het kader van de door Querido opgerichte boekenclub 'De [Muiderkring]'. Voor die boekenclub hadden ze auteurs nodig. Nadat ze mijn gedichten en korte verhalen hadden gelezen, huurden ze mij voor honderd gulden per maand in. Ik had nog nooit een boek geschreven. Ik was de eerste auteur die van de pen kon gaan leven nadat hij van school kwam. Dat was een prachtige start. In dat eerste jaar bij Querido schreef ik een aantal gedichtenbundels en een grote roman die niet werd gepubliceerd, omdat hij niet door de censuur van de Duitsers kwam. Ik schreef ook een novelle, 'Bruin, rood en groen' [1942], en een aardige, kleine roman, 'God in de toren' [1942], bijzonder voor die tijd omdat er revolutionair over God werd schreven.”
Het is Dendermondes eerste baan en hij kan zijn jeugddroom van schrijver in vervulling laten gaan. Genoeg reden om aan te nemen dat Dendermonde het bij het rechte eind heeft dat er een boekenclub 'De Muiderkring' heeft bestaan want in zoiets vergis je je toch niet.

In het boek ‘Querido van 1915 tot 1990 : een uitgeverij’ is over de boekenclub De Muiderkring beginjaren veertig en in 1948 niets te vinden. Emanuel Querido trad op 23 juli 1940 af als directeur maar het uitgeversvak werd voortgezet door anderen. Tijdens de oorlogsjaren werd het fonds gekortwiekt door de bezetter maar het uitgeversconcern bleef tot 1943 boeken uitgeven.

Er zijn sporen te vinden van de boekenclub ‘De Muiderkring’ niet te verwarren met de Bussumse uitgeverij Muiderkring die boeken uitgeeft over elektronica en radio’s.

Onze Nationale catalogus geraadpleegd, van 1941 tot 1942 was er het tijdschrift De Muiderkring: De Muiderkring : maandelijks huisorgaan voor de intekenaren op De Muiderkring Jaar: 1941-1942 Nummering: Jrg. 1 (1941) - jrg. 2, nr. 1 (1941) Uitgever: Amsterdam Annotatie: Ill Verschijnt 1× per maand Niet verder verschenen.
Is dit de uitgave waaraan Dendermonde meewerkte?
In 1944 verschijnt bij uitgeverij de Muiderkring onderstaand boek dat in 1948 opnieuw wordt uitgegeven door de gelijknamige Amsterdamse uitgever De Muiderkring.
Titel:
Adriaan Brouwer / Felix Timmermans Auteur: Felix Maximiliaan Leopold Timmermans (1886-1947) Jaar: [1944] Uitgever: Amsterdam : De Muiderkring Omvang: 235 p Formaat: 21 cm

In 1944 verschijnt bij uitgeverij van Kampen:
Titel: Adriaan Brouwer / [door] Felix TimmermansAuteur: Felix Maximiliaan Leopold Timmermans (1886-1947) Jaar: [1944]Uitgever: Amsterdam : P. N. van Kampen Omvang: 235 p Formaat: 21 cm

Beide uitgaven van 1944 lijken identiek. Een advertentie in de Leidsche Krant licht een tipje van de sluier (zie afbeelding). Hier wordt gedoeld op het eerdere initiatief van Emanuel Querido dat geliquideerd werd evenals Querido zelf die op 23 juli 1943 in een concentratiekamp stierf maar zijn initiatief werd voortgezet.

Zowel de uitgave van 1944 van de uitgever De Muiderkring en de uitgave van de boekenclub uit 1948 zijn een eerbetoon aan Emauel Querido. De uitgave van De Muiderkring kan niet van Querido zijn.. Die stopte immers met het uitgeven in 1943. Hoogstwaarschijnlijk is dit boek een uitgave van Van Kampen.

Onderstaande titels zijn uitgekomen bij de Muiderkring (in 1948) en aan te vragen via de Overijsselcatalogus.
Johan Fabricius / Eiland der demonen
Felix Timmermans / Adriaan Brouwer
Jo Boer / Beeld en spiegelbeeld
Albert Helman / Afdaling in de vulkaan
Aar van de Werfhorst / De eenzame