maandag 12 december 2011

Huub Beurskens (1950-)

“Toen mijn eerste vrouw me vertelde dat ze er een vriend op na hield en toen ze al gauw daarna vier dagen en nachten met hem in een pension in en bosrijke omgeving ging doorbrengen, ben ik naar Brussel gereisd. Toen mijn tweede vrouw een week geleden iets soortgelijks vertelde en deed, wilde ik niet dezelfde fout maken en ben naar Parijs gereisd. “

Met deze zinnen opent Huub Beurskens het verhaal ‘Belgrado’ uit zijn bundel “Badhok”waarbij ik onwillekeurig in de lach schoot. Maar misschien is het bittere ernst want in zijn novelle “Noordzeepalmen” gaat de hoofdfiguur nadat zijn eerste vrouw hem verlaten heeft naar Brussel om in een hotelkamer te verblijven. Dat boek is onthullend omdat hij als leraar een relatie begint met een leerlinge van 13 jaar. Beurskens die op dat moment zelf docent was, was verrast door de reacties van zijn collega’s die het Lolita motief een interessant thema vonden. In een interview met “Hans van de Waarsenburg” zegt Beurskens hierover: ‘Als ze dat lezen’, dacht ik, ‘slikken ze het niet’. Niks hoor, ze slikken alles, terwijl als dit boek in werkelijkheid door mij zou zijn utgevoerd, dan zou ik mijn baan zijn kwijtgeraakt en nooit meer een andere gekregen hebben. Het is duidelijk Beurskens schuwt geen taboes.

Ik kende de schrijver slechts van naam en had nog nooit wat van hem gelezen. Iets dat na het lezen van de bundel Badhok verandering in gaat komen. Ik was verrast door deze verhalen waar alle logica uit verdwenen lijkt te zijn, een herkenbare wereld dat wel maar één met absurde wendingen waardoor een verhaal kantelt in nieuwe werkelijkheden waar ik als lezer volkomen in meega.

Het titelverhaal Badhok gaat anders dan doet vermoeden niet over zwemmen maar over een Roemeense vluchteling die door de dorpelingen Badhok wordt genoemd omdat ze uit zijn gebrabbel alleen dat woord kunnen verstaan. Badhok wordt door nonnen verborgen gehouden in een klooster, heeft een prachtig lijf maar een ondraaglijke stank van kippenstront draagt hij met zich mee. Maar net zoals in het verhaal “De neus” van Gogol heeft hij geen neus maar een afgrijslijke holte gat in zijn gezicht. Badhok weet te ontsnappen en als ‘hobo ‘ reist hij in goederenwagons naar Rome. Daar wil hij als heilige eindigen en besluit van de koepel van de Sint Pieter naar beneden te zweven als engel. Maar de werkelijkheid is anders, hij stort naar beneden en slaat te pletter op de grond waar alleen zijn stank blijft hangen.
In het verhaal “De wrede liefde van Rita Polanen” wil een trouwlustige slager zijn toekomstige gade verleiden door zelf dieren op te zetten die door hun aaibaarheid op vrouwen een onweerstaanbare drang oproepen en ze daarmee verleiden met hem in het huwelijksbed te stappen.
Veel van de verhalen in deze bundel hebben iets lichamelijks zoals de man die met zijn groot scrotum ter grootte van rugby ballen, de risee is van het dorp, deze gemeenschap ontvlucht en op zijn reis een vrouw die met haar liefde zijn scrotum tot normale proporties terugbrengt. Inmiddels in goeden doen, met een beeldschone sexy vrouw en twee prachtige dochtertjes bezoekt hij in zijn sportwagen het dorp waar hij geboren is.
In het verhaal ‘De laatste nacht’ blijft de zoon van een beddenfabrikant op schoolstage een nacht weg. De volgende dag vindt men hem in een schuur, de zoon blijkt langzaam te verworden tot een stier. Op vakantie nemen zijn ouders hem mee naar Spanje om hem als stier te laten optreden in een arena.

De literaire vorm die Beurskens in dit boek hanteert is de stijl van het Groteske, een genre dat teruggaat tot de 14e eeuw. Grotesk betekent letterlijk ‘grot’ afgeleid van het Italiaanse woord Grotteschi. In de 1e eeuw liet de wrede Romeinse keizer zijn Domus Aurea (Gouden Huis) bouwen met prachtige symmetrische muurschilderingen van een aaneenschakeling van menselijke figuren, dieren, vogels, bloemmotieven die in een fantastische opeenstapeling met elkaar verbonden zijn. Keizers na Nero lieten uit afschuw om zijn wreedheden Nero’s domus volstorten met puin maar sommige zalen bleven intact en men bouwde op de restanten nieuwe gebouwen. In de Renaissance herontdekten kunstenaars deze zalen, daalden met gevaar voor eigen leven af naar beneden en gebruikte de afbeeldingen als inspiratie voor hun nieuwe kunst.
Het literaire genre is hiernaar vernoemd. In Nederland is deze vorm niet veel gebruikt en enkele schrijvers als Belcampo, Fritzi Harmsen van Beek en Hans Koekoek worden als beoefenaars van het genre gezien.

Huub Beurskens hoort niet thuis in deze blog maar zijn bundel Badhok verdient ruim twintig jaar na publicatie nog alle aandacht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten