donderdag 13 januari 2011

De pen in gal gedoopt

Geboren in 1824 in Malakka als kind van een Nederlandse jurist en een Duits-Thaise moeder wier familienaam zijn tweede voornaam werd, stapte Herman Neubronner van der Tuuk (1824-1894) na een aanvankelijke rechtenstudie in Groningen over naar Leiden waar hij Oosterse talen en Maleis studeerde.
Op voorspraak van twee professoren, kreeg hij van het Nederlandsch Bijbelgenootschap de opdracht een Batakse taal te bestuderen en er de Bijbel in te vertalen om de toenemende Islamisering van Sumatra een halt toe te roepen .
Om de taal te leren woonde Van der Tuuk van 1851 tot 1857 tussen de Batak geen kleine prestatie omdat het gebied ontoegankelijk was, nog niet onder Nederlandse invloed stond en er kannibalisme heerste. Na deze tijd vestigde hij zich enige tijd in Nederland om zijn onderzoeksmateriaal uit te werken en ging hij allerlei felle polemieken met geleerden aan.
In 1868 keerde hij terug naar Indië en woonde in een kampong in een bamboehut op Bali. Bezoekers die voor de geleerde kwamen waren verrast hem nagenoeg naakt aan te treffen slechts gekleed in een sarong die hij om de lendenen droeg. Het verhaal wil dat hij zijn bezoekers een soepterrien met geraspte kaasrestjes aanbood en bij weigering was men uit de gratie. Op zijn erf hield hij ezels die hij als lastdier beter geschikt achtte in het droge bergterrein dan paarden. Iedere gelegenheid nam hij te baat om de autoriteiten ervan te overtuigen ezels te houden, zo ook in een verslag over zijn woordenboek. Men liet hem weten dat dit niet thuishoorde bij een taalverslag. Hierop werd hij zo boos dat hij zijn directeur van Onderwijs, Eredienst en Nijverheid bestookte met onvriendelijke brieven waarbij hij zover ging dat hij een brief in potlood adresseerde aan de Directeur van Volksmisleiding, Hiernamaalse zaken en Veepest.
Hoewel van der Tuuk geen letterkundige is hij door zijn brieven bij een groter publiek bekend geworden. Rob Nieuwenhuys heeft de bundel “De pen in gal gedoopt” een keuze uit zijn brieven en documenten samengesteld. Dit boek is online te lezen en wie liever een ouderwets boek ter hand wil nemen die kan een aanvraag doen bij de bibliotheek.

vrijdag 7 januari 2011

Willem Wittkampf

De stadsschouwburg te Amsterdam houdt op 16 februari 2011 een Groot Interviewgala met tal van prominente interviewers als Paul Witteman, Matthijs van Nieuwkerk, Jeroen Pauw, Frenk van der Linden, Clairy Polak e.v.a.

Waarschijnlijk zijn alle grote interviewers van vandaag schatplichtig aan de nu bijna vergeten journalist Willem Wittkampf die ooit de grootvader van het interview in Nederland werd genoemd. Wittkampf publiceerde zijn eerste interview in 1957 in het bijvoegsel van het Parool dat hij tot 1972 zou blijven doen onder het half pseudoniem Willem. Zijn interviews werden omschreven als lange monologen waaruit de vragen waren gefilterd, met veel spreektaal en een prachtige beginzin waardoor je direct in het verhaal zat en die je nieuwsgierig maakte naar het verdere verloop.
"Ja maar hoor es - als u vraagt waarom ik als 'een-vou-di-ge kokkin' wél onmiddellijk begreep dat het mis was, toen Hitler aan de macht kwam ... ten eerste onderschat u geloof ik het vak van kokkin. 't Is de leiding hebben van de keuken." Zo introduceert Wittkampf een Duitse mevrouw.
Of de eerste zin van het interview van het bekende Amsterdamse naaktmodel Truus Trompert: “Een tijd geleden is er eens een verslaggeefster bij me geweest. Die schreef later in haar blad iets in de trant van: “Alvorens Truus Trompert ingaat op een voorstel, om model te staan, vergewist zij zich er steeds van dat het wel degelijk gaat om het maken van kunst. “ Dat is toch flauwekul? Ik ken de hele Amsterdamse kunstenaarswereld! Stel je voor dat ik ineens zou zeggen: “Wacht even! Mag ik mij misschien vergewissen?”
Maar misschien wilt u zich wel vergewissen van de stukjes van Willem Wittkampf raadpleeg dan de catalogus van uw bibliotheek en doe een aanvraag.

dinsdag 28 december 2010

Stokje doorgegeven

Deze blog is het geesteskind van mijn collega Tineke die binnen onze organisatie van functie verandert en mij (René) vroeg deze blog voort te zetten. Een grote eer die ik met plezier aanvaard. 

Ditmaal aandacht voor Havank (1904-1964) een bijna vergeten schrijver die eens immens populair was met zijn detective serie van de Franse inspecteur monsieur Charles C.M. Carlier, alias de Schaduw in dienst van de Sûreté National. De populariteit ging zo ver dat na Havanks dood uitgever Bruna aan Pieter Terpstra , journalist van de Leeuwarder Courant aan wie Havank in een interview de plot had verteld van zijn laatste nog niet uitgegeven manuscript, vroeg om het schrijven van deze lucratieve serie voort te zetten. En zo gebeurde het. Terpstra voegde nog eens 19 avonturen toe aan de 29 boeken die al verschenen waren. Een hoge productie maar het publiek vrat het en vele miljoenen exemplaren in de bekende Zwarte Beertjes omslagen gingen over de toonbank.
Pieter Terpstra had mentaal moeite om Havank klakkeloos te imiteren en wilde het liefst met een eigen detective komen. Die kwam er uiteindelijk. Hoofdfiguur werd rechercheur Eelco Drenth, in alles een tegenpool van de Schaduw, werkend in Zwolle, wonend aan de IJsselkade in Kampen, protestants en geboren in het Drentse Havelte. In zijn boek 'Hoogst merkwaardig : alles over Havank" arrangeert Terpstra een ontmoeting tussen de Schaduw en Eelco Drenth en lossen beiden en passant een dubbele moordzaak op op basis van vooral intuïtie. Over Eelco Drenth verschenen 2 titels ‘Staphorster spionnetjes’ en ‘De man in het zwarte water’. Er stond nog wel een derde boek op stapel ‘In Steenwijk: uitstappen’ maar deze is voor zover bekend niet gepubliceerd.

Hans van der Kallen (H. van K.) wiens initialen ietwat verbasterd een klankweergave zijn van Havank groeide op in Leeuwarden in een katholiek gezin. Hij had veel affiniteit met spoken en bleef zijn hele leven een bewonderaar van Charles Dickens en Engeland. Na de publicatie van zijn eerste boek ging hij naar Parijs en maakte hij tochten naar Bretagne en de Provence waar veel avonturen van de Schaduw zijn gesitueerd. Bij het uitbreken van de oorlog was hij in Parijs, vertrok later naar Engeland waar hij verbindingsofficier werd van Vrij Nederland en trouwde in 1946 met Cynthia Vickers die drie kinderen had uit eerdere relaties. Hun relatie was niet goed. Van der Kallen verbleef veel in hotels en op allerlei gelegenheidsadressen. Hij had last van depressiviteit en zocht vergetelheid in de drank. Op de Dekemastate een landhuis even buiten Leeuwarden waar hij verbleef voor het schrijven van een nieuw boek, vatte hij een platonische liefde op voor de 18e eeuwse Anna-Maria Burmania die op een schilderij was afgebeeld. Zijn liefde ging zover dat hij een foto van het schilderij meekreeg in zijn kist.
Vraag de boeken van Havank aan via de bibliotheek.

woensdag 15 december 2010

Boudewijn van Houten (1939)

Van bezoeker Renzo Verwer kreeg ik de tip om aandacht te besteden aan Boudewijn van Houten. Deze bezoeker heeft zelf al vaker over deze auteur geschreven, maar vooruit: het is een vergeten auteur en zijn boeken zijn nog steeds te leen in de bibliotheek. Volgens Cultura 'hangt rond schrijver Boudewijn van Houten tot op de dag van vandaag een geur van verrotting, louche praktijken en slechte literatuur. Veel zal te maken hebben met de rol die zijn vader in de oorlog heeft gespeeld en de kwestie waarbij Boudewijn van Houten de PTT heeft opgelicht'. Zijn roman Onze hoogmoed gaat over deze affaire. Volgens zijn biografie op DBNL heeft hij ook in Overijssel gewoond. En inderdaad: de database Overijssel in romans en verhalen leverde een treffer op, namelijk het verhaal Jezus in Borculo uit het boek In de schaduw der rijken (1976). De inhoud klinkt spannend:
Verhaal over een veelgeplaagd jongetje dat bibliotheekassistent wordt in Deventer en daar met een bakkerszoon een sekte opricht die tegen geweld is, maar door het doen en laten juist veel geweld oproept. Als ze het vrijheidsmonument op de Dam in Amsterdam tot hun vaste verblijfplaats kiezen, wordt dit 'hart van Nederland' schoongeveegd door beroepsmilitairen. Volgens de biografie van van Houten op DBNL is literatuur niet veel meer dan 'praten' over het leven. In het boek Lichtzinnig leven wordt het fenomeen intello, een type betweterige wijsneuzige figuur met pseudo-intellectuele trekjes, verpletterd onder een niet aflatende regen van minachtende opmerkingen. Zie ook zijn bijdrages aan Het Nieuwe Journaal. Vraag de boeken van Boudewijn van Houten aan via de bibliotheek.

maandag 29 november 2010

Klassieken bewaren?



In 2002 hield de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde een enquete onder haar leden naar de canon van de Nederlandse literatuur getiteld 'De Nederlandse klassieken anno 2002'. Meer dan 76% van de ondervraagden vond dat er onvoldoende aandacht was voor de klassieken. Vraag 9 gaat over ten onrechte vergeten klassieken. Auteurs die hoog scoren: Joost van den Vondel, Simon Vestdijk, P.C. Hooft, Marcellus Emants, Louis Couperus en Arthur van Schendel. Lees ook het artikel Lezen met lijstjes, verschenen in het tijdschrift Lezen (uitgave van de Stichting Lezen) of het boek Lezen etcetera: gids voor de wereldliteratuur van Pieter Steinz. In de bibliotheek hebben boeken van bovengenoemde auteurs meestal geen prominente plek. Juist klassiekers zijn ook vaak digitaal beschikbaar, maar in de papieren vorm zijn ze nog ruim voorradig in de magazijnen van de bibliotheek en snel leverbaar. Vraag ze aan via de bibliotheek.
Voor vakgenoten: in Bibliotheekblad vol. 14 (2010), afl. 23, pag. 26-28 legt Agnes Klitsie onder de titel 'Bewaar de klassieken' uit waarom het belangrijk is om in de bibliotheek niet alleen torenhoge stapels neer te leggen van populaire titels. Mee eens?

woensdag 24 november 2010

Willem Barnard/Guillaume vd Graft (1920-2010)


afbeelding Dennis J. Coenraad

Op 21 november 2010 overleed dichter, schrijver en theoloog Willem Barnard zo meldt uitgeverij L.J. Veen. Barnard is vooral bekend van de gedichten die hij schreef onder het pseudoniem Guillaume van der Graft, bijvoorbeeld het gedicht Vogels en vissen. Onder zijn pseudoniem publiceerde hij meer dan twintig dichtbundels, alsook –onder zijn eigen naam- publicaties met teksten voortgekomen uit jarenlange liturgische praktijk. Hij geldt als een van de belangrijkste dichters zowel op het gebied van psalmvertalingen als nieuwe gezangen. Met Praten tegen langzaam water (De Prom, 2007) maakte Van der Graft de balans op van zijn gehele oeuvre, uit de periode 1942-2006. Uit het werk selecteerde Van der Graft wat hij wilde overleveren. Zijn boeken zijn nog steeds te leen via de bibliotheek, vraag ze aan via de bibliotheek.: Guillaume van der Graft of Willem Barnard. 

donderdag 18 november 2010

Nico Scheepmaker (1930-1990)


In dagblad De Pers van 18 november staat een artikel getiteld Het sportboek is eindelijk volwassen. Afgelopen jaren zijn er steeds meer sportboeken verschenen, maar het blijft een kleine markt. Sport is een culturele uiting, maar minder geaccepteerd als architectuur en kunst. Een van de eerste sportboeken was De Renner van Tim Krabbe, dat eind zeventiger jaren verscheen. Nico Scheepmaker was een voorbeeld voor Krabbe. Volgens hem heeft deze auteur een belangrijke invloed gehad op de acceptatie van sport als genre. Scheepmaker was journalist, dichter en publicist en schreef o.a. het boek Theo Koomen: een leven in woord en beeld, Voor Oranje trillen al mijn snaren (columns over het Nederlands voetbalelftal) en Ajax en de kunst van het voetballen. Deze boeken zijn nog steeds te leen in de bibliotheek, vraag ze aan via de bibliotheek.