De Passeerdersgracht is een intiem grachtje dat Prinsengracht verbindt met de Lijnbaansgracht.
In het naschrift van Rood Paleis laat Borderwijk het volgende weten “bij het bekijken van Loman’s Atlas van Amsterdam van 1876, waarin de plattegronden van alle gebouwen zijn weergegeven, de aandacht van de schrijver werd getrokken tot een vierkant pand op de Passeerdersgracht, waarvan de toenmalige bestemming hem tot heden (c.1936) onbekend is, maar dat door zijn buitengewone grootte dadelijk opviel”.In het stadsarchief van Amsterdam maar ook via internet kan men de
kaart van Loman erop naslaan. Op het deelkaartje van 1876 wordt voor het pand geen bestemming aangegeven. Op de overzichtskaart van 1881 is dit wel het geval en kan men duidelijk lezen “Toevlugt voor Behoeftigen”. Het tehuis was bekend en in het stadsarchief zijn afbeeldingen te vinden met een datering rond 1850 toen met de bouw van het Toevlugt voor Behoeftigen” werd begonnen.Bijzonder dat Borderwijk (1884-1965) dit niet wist. Misschien denken Amsterdammers er anders over maar Amsterdam was
zeker in die tijd toch meer dorp dan stad. Een dergelijke publieke voorziening met een markant gebouw moet toch bij een groot deel van de bevolking bekend zijn geweest. Het armentehuis haalde regelmatig de pers met berichtjes over schenkingen en algemene artikeltjes over het tehuis. In 1913 is er een bericht getiteld “De zeventig jarige “ (zie afbeeldingen) geschreven en de teneur van het stuk is dat moeilijk is om financieel het hoofd boven het water te houden. In 1923 besluit het bestuur gezien de problemen om de jaarlijkse exploitatie van f 20.000,- rond te krijgen en de deplorabele staat van het pand om definitief te gaan sluiten. Daarmee verdwijnt volgens het Utrechts Nieuwsblad op 1 december 1923 één van oudste sociale voorzieningen van Amsterdam. In 1891 (ten tijde van Rood Paleis) verscheen een inschrijvingsformulier dat in zijn geheel wordt getoond (klik op afbeelding om deze te vergroten).





0 reacties:
Een reactie plaatsen